Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 296 )

„ het gelegen was met de magt, om Wonderwerken te ver„ rigten, of Voorzeggingen te doen van toekomende zaken; „ maar in de geest-verrukking, wanneer het, ter bevestiging of voordplanting van het Christendom, door de Godiijke „ wijsheid nodig geoordeeld werd, fpraken de Apostelen of „ eerfte Christenen vreemde Taaien en verftonden ook voor zich zeiven, het geen zij in die Taaien fpraken." (*) Te regt wordt hier aangemerkt, dat dit alles afhing van de ingeving van Gods Geest — waar in wij te meer bevestigd worden, zo wij de perfonen in aanmerking nemen, die voornaamlijk deze taal gefproken hebben, 't Waren visfchers, die meer met vischnetten dan met boeken omgingen, en daa'r bij Galileërs, die zelfs de toenmaalige landtaal der Joden gebrekkig fpraken, waarom tot petkus gezegd wierd, uwe fpraak maakt u openbaar, (f) — En deze mannen fpraken in de vreemde taaien niet over gewoone voorvallen, maar de groote wonderen Gods. (§) Dat ook daarom verbaazing en ontzetting bij de menigte veroorzaakte. Waar uit wij dau veilig mogen beiiuiten: dat de Geest het is, die in hun geheugen alle die willekeurige reekenen verzameld heeft, in welke vreemde Natiën hunne gedachten en begrippen gewoon waren te bevatten, die ook op eenmaal hun gehemelte des monds, hun tong en lippen zoo buigzaam gemaakt heeft, dat zij het geluid of de klank, door welken aich de ééne fpraak altoos van de andere onderfcheidt, even zoo magtig waren, als of ze landgenooten van hun waren tot wien zij fpraken. 't Is dan bij hun geen natuurlijke welfprekenheid als in aaron, noch door kunst verkregen als bij herodes; 't gaat hun als de raderen van ezechiee, die zich beweegden naar den Geest die in de raderen was, zij fpreken va dat de Geest hun gaf uit te fpreken. ... Zie hier Gods vinger . een Godlijk wonderwerk!

C) Vergelijk venem a Hifi. Eccles. Tom. III. tas. 23. Cf) Matlh. XXVI: 73. ($) vs. K.

Te AMSTERDAM hij MARTINUS de BRUIJN, ia da Wannoesftraat, het zesde Huis van de Vischfteeg, Noordzijde,

Sluiten