Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3lo )

Op alle deze beloften moeten wij door 't gelove leeven • en rustig lustig wandelen naar ons hemelsch Vaderland. Die gedachte, mijn jesus leeft, troost ons in alle omftandigheden.

— Hebben wij foms een fob er deel van tijdelijke goederen everiwttl gemoedigd mijn Christen! jesus is

heen gegaan om ons een plaats te bereiden; waar hij is zullen wij zijn-4 welk een fchat hebben wij dan in den hemel! wij zullen bij jesus zijn — groote gedachte'

oneindige rijkdom! — eeuwig al!

— Wat gevaaren ons ook omringen, nu jesus leeft is onze ziel in die allen veilig. Haar Godiijke Goël arbeidt voor haar welzijn in den hemel. Wie toch kan het bezeffen ? Hij ziet op zijn maagfehap naar beneden. Dit denkbeeld doet ons door doornen en distelen lustig rustig henen flappen. Of zouden we over de ongemakken van eenen korten weg treurig zijn, die ons brengen zal, in dat Vaderland, waar wij, in de nadere aanfehouwing en genieting van onzen maaker, van onzen Verlosfer, ons hoogfte goed en vreugd, alle jammeren vergeten zullen? — Deze hoop maakt ons in alle omstandigheden tot christen-helden. Daar door hebben we ons leven veil voor eeuwige belangen, fterven, des noods, vrijwillig voor het heil van onfterflijke wezens , vreezen niet voor die genen, die het lichaam maar nimmer de ziel kunnen dooden, ftaan dus pal voor de belangen van Vaderland en Kerk, alzo de bevoordering van derzelver welzijn ons geluk in de eeuwigheid zal vergrooten.

Noch dood noch graf kunnen ons verfchrikken, je-

Sus leeft en wij zullen leeven. . In \ fterven (zen

de Christen} leef ik. Mijn laatfle ftap uit dit leven

is de eerfte in den hemel. Even gelijk de worm,

wanneer zijn eerfte leven, dat hij al kruipende In het ftof doorbrengt, voleind is, uit zijn graf, de hut die hij met zich omvoerde , de vleugels omwindt, en in huoger lucht opftijgt ; zoo zal ik als nog onvolkomen fchepfel tot het eindoogmerk, waar toe ik geboren wierd , en die zijne vermogens eerst begon te onwikkelen, ik wond:r, fit half een engel, half een infect , uit dit fterflijk omkleedfel in de onfterflijkheid uitbreken. —— Wie derhalven een groot denkbeeld van den mensch

wil vormen, die befchouw hem in de eeuwigheid m

in die plaats, die jesus voor hem bereid heeft. — Zouden wij dan wanhoopende rondom onze lijken de han-

oen

Sluiten