Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 314 )

der of ik eene mij geheel onbekende taal in één ogenblik verfti, dan of'ik ze ibreek. Het is immers zoo wel eeri wonderwerk, wanneer iemand . die nooit Latijn geleerd heeft , in een oogenblik het Latijirvmi iemand, die fpreekt

verftaat, als dat hij in een oogenblik die taal fpreekt '.

Waar toe dan tegen het eenvoudig, verhaal van lucas aan eene gedachte aangenomen , welke zoo wel een wonderwerk en wel even groot, veronderftelt, als de natuurlijke gedachte.'

Wanneer men hier bij nu onder 't oog houdt^ dat het

wonderwerk niet maar eene aardigheid was . niet maar

een oogenblik dienen moest: maar dat het zelve tot groote einde (even gelijk alle wonderwerken) (trekken moest, om namenttijk de Apostelen in ftaat te ftellen dat zij, die toch aan alleVmkenh'et euangeli prediken moesten , de taaien dier rr.cnfeben niet eerst moesten aanleeren. maar dezelven aanftonds foreken konden, dan zal men met geene mooglijkheid anders kunnen denken, of de Apostelen van jesus hebben waarlil: vreemde taaien gefproken.

Of zouden fömiriigen door te ftellen, dat de Apostelen maar eend eh'Wel hunne gewoone taal,'(de Sijrisch-Chal. deemfebe*! hebben gefproken en dat elk hen verftond, ook misfchien het wonderwerk hebben willen uit den weg ruimen , gelijk een en ander in onzen tijd (*) hebben zoeken te doen? Zou men ook meenen — alle die Joden verftonden de Joodfche taal beneffens de andere taaien van 't land, waar in zij woonden: even gelijk nu nog de Joden de taal van 't land en der Joodfche taal fpreken? Zou men dan ook hier uit op deze wijs willen beiluiten : Waartoe dat fpreken in andere taaien? Indien de Apostelen alleen in hunne gewoone taal fpraken, konden alle aanwezende Joden hef verfiann hebben? Dat wonderwerk fchijrrt dièrhaiven overtollig te Zijn geweest. En irititófchen zijn de Goddelijke

wonderwerken altoos van het uit'erfte gewigt. Deze

bedenking kan van de mififté kragt niet zijn. Want het oogmerk van 't fpreken dier taaien was niet om van de aanwezende verflaan te worden: maar om de aanwezende getuigen te maaken van zulk een wonder dat de Apostelen in een oouenblik veele vreemde taaien fpraken , en om de Apostelen bekwaam te maaken (f) tot de verkondiging van het eüangeïi onder alle volken — Dierhalven , al hadden alle de aanvvezende Joden de gewoone taal der Apostelen ver-

ftaan,

C*) SeMliTi'Êahritsérizi ' Ct) Men herinner zich, wat wij van net Gudlijk oogmerk in dit geval No. 37. gezegd hebben.

Sluiten