Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ftaan, dan nog zou het nuttig en nodig zijn geweest, dat zii niet hunne gewoone taal, maar allerlei vreemde taaien fpraken. Daarenboven , wie zegt ons dat alle de aan¬

wezende loden de gewoone taal der Apostelen, het Galileesch verftonden? Een eenvoudige denkt wel, dat alle de loden' van onzen tijd het Hebreeuwsch verftaan : maar dit is valsch. Niet- een onder hen , dan de Geleerdeu ,

verftaat tegenwoordig die taal. Dat was het geval ook

met de joden in dien tijd:.anders toch zou 'er nooit een Griekfche overzetting , ja verfcheiden overzettingen van het O. T. in de wereld zijn gekomen, bij aldieir de Joden, onder de Grieken woonende , het Hebreeuwsch hadden verftaan. Maar al ftemmen wij toe, dat alle de Joden

van dien tijd .het Hebreeuwsch of Sijrisch- Caldeeuwsch hebben gefproken of verftaan, dan nog zouden zij de Apostelen zoo gemakkelijk niet hebben kunnen verftaan. — Hoe veele toch van ónze landgenooten zouden wonder opzien, als zij de Boeren-friefche taal hoorden fpreken. Schoon nu wel het verfchil tusfehen het Galileesch en Hebreeuwsch Dialect zoo groot niet zal zijn geweest, als tusfehen onze gewoone taal en het Boeren • friesch, was 'er echter een aanmerkelijk verfchil tusfehen beiden, 't.welk den lompen Galileër bijna onverftaanbaar maakte voor den Jood.

Wie. twijfelt hier dan aan een wonder! Vooral daar wij anders geen denkbeeld van de verbaazing der aanwezenden ons kunnen vormen. Die verwondering — die ontzetting levert ons de zekerfte blijken en bewijzen op, dat 'er w.iarlijk een wonderwerk is gefchied, ja! dat het een aanbiddelijk Godlijk werk was. Eu voorzeker! Be-

denken wij eens, vooral wij — die één of meer vreemde taaien geleerd hebben, welke moeite 'er aan vast is om eene taal te verllaan — en nog meer om ze te fpreken. — Eenige taaien te leeren en te kunnen ("preken, welken tijd vordert - dat niet! welk een Goddelijk werk is het dan niet, dat verfcheiden menfchen teffens in één oogenblik een menigte taalen (zoo veel als waarfchijnlijk nog nooit iemand fprak)

fpraken! Dit wonder gaat alle verbeelding te boven! >

Nog meer! —— Zij fpraken over den Godsdienst. -

Men zal nog al eens fpoedig iets van een taal ieeren door een geduurigen omgang:maar dan betreft die kunde meestal dagelijksch voorkomende omftandigheden. Bi] voorbeeld, iemand die bij een Franschman de Franfche taal leert, zal al fpoedig zoo wat mêe (breken kunnen over het geene eediMirig voorkomt. Maar over den Godsdienst te fpreken, Rr 2 Ut

Sluiten