Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C SP )

onderfchikkmgen en onderfcheidingen van alle foorten ei| trappen moeten p'aats hebben? Hoe laag en veragtelijk is het over dat Wezen te klagen, het welk ons alles gegeven heeft, wat wij bezitten, enkel om dat hij ons niet meer gQ. fchonken heeft;daar hij ons ondertusfeuen,zonder ons eenig ongelijk te doen, volftrekt niets hadt kunnen geven? Het betaamt niet, dat wij menfchen , die voor ieder aangenaams gewaarwording Gods volmaakte en zuivere goedheid verpligt zijn, Hem de wet zullen voorfchrijven, hoe veel hij ons moet geven; en nog veel minder betaamd het ons, dat wij, die flegts door den Wil van den Almagtigen beftaan, een perk ftellen, hoe volmaakt en gelukkig wij moeten zijn. — 'Er is geen twijfel aan, of God heeft de beste redenen gehad om ons in dien ftaat te plaatzen, in welken wij ons thands bevinden. Wij behooren derhalven die mate van geluk, welke ons is te beurt gevallen, nederig te omhelzen, in onze bijiondere omftaudigheden blijhartig te berusten, en dat weinige, het welk wij ontvangen hebben, als eene weldaad aan te merken, welke onze dankbaarheid vordert. Dus. zullen wij de waardij, van het geen wij bezitten, vergrooten; wij zullen, overeenkomltig de betrekking van fchepzelen, handelen, ons zeiven den alwijzen God aanbevelen, en den besten weg inflaan om voordaan meer zegeningen deelagtig te worden.

Wel is waar. wij hebben op de vooronderftelling geredend, dat de menfchen meer geluk dan ongeluk, meer voor- dan na-deel overkomen, nogthans zouden wij geen gegronde rede tot klagen hebben , fchoon wij het tegengtftelde ervaren moesten; ten ware zulks een uitwerkfel van ons eigen wangedrag mogte zijn. Hier uit toch nemen de meeste onheilen hunnen oorfprong. Het tegenwoordig leven, aangemerkt al? een gave van God, of zodanig ingerigt zijnde, zo als het zoude kunnen zijn, indien wij overeenkomftig met de God» iijke oogmerken te we;k gingen, en altijd ons best deerien,

om

Sluiten