Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 346 J

eens clan, trans! het zegt niets of men alge-meen iemand voor bekeerd, of onbekeerd houdt. 'Er moeten bewijzen

zijn. Tusfehen de daaden van O en M kunt Gii

geen waar onderfcheid zien , en óver 't beginfel"' 'het hart moSe?' k,TCn V "ieï 00J?eelen. Waar uit kunt Gij dan waarfchijnlijk maaken, dat M beter is, dan O., ?

christen.

Wel Domine! zoudt Gij denken, dat O.... ook zoo in

de eenzaamheid ging bidden, als M ?

predikant.

Waarom niet frans? Waar uit weet Gij, dat O zich niet wel in hét eenzaame voor God verootmoedigt'?"

christen. ö

Daar heeft men nooit van gehoord, Domine!

predikant.

Juist dat is het waare. Men moet (f) zijn binnenkamer fluiten, als men bidden zal. Dat is: men moet daar van geen gerucht maaken. Niet maaken, dat 't uehoord wordt

Nu zult Gij het van M weten, dat hij in de eenzaam.'

beid bidt: daarom echter is hij niet te beter. Ik wil hem oaarom juist niet veroordeelen. Maar Gij hebt geen rede wil ik maar zeggen, om van O.... te denken, dat Hij niet wel ook in de eenzaamheid bidt. Hij zou zoo veel beter Christen zijn, als hij 't deedt en daar van geen ophef maakte.

christen.

Maar, Domine! 't mag immers wel geweten worden, dat men zich ook in 't eenzaame voor God verootmoedigt Gii zult dat evenwel niet tot den Pharifeeuwfchen fuurdeesfem brengen willen.

predikant.

Ik wilde u maar beduiden, dat Gij van den Heer O.... niet zeggen kunt, dat hij ook niet in de eenzaamheid bidt. Een Christen van wien 't niet bekend is, is bij mij niet minder maar wel meerder, dan een, van wien 't bekend is fal 't overige gelijk traande). Evenwel kan het te pas komen, dat iemand met een nedrig hart van zijn bidden in de eenzaam, held fpreekt. Als het maar niet gelchied om zich daar op te verheïïen, dan is 't wel. Maar van een ander en vooral met wien men met omgaat, te willen zeggen , hij bidt niet in de eenzaamheid, om dat men 't niet weet, dit is geheel valsch Derhalven is 'er tot hier toe nog geene rede waarom ^Gij' iVi boven O.... moogt ftellen.

christen.

Maar Domine! 'er is evenwel rede genoeg:M wordt

voor

Cf) Matth. VI; 6.

Sluiten