Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 349 )

daar genadig! Die goede man kwam mij opzoeken en vroeg vnii of 'er wel zaligheid voor hem was. Hij was , offchoou hii zich nooit te vooren aan grove zonden had fchuldig gemaakt een waare Tollenaar. Diemensch intusfchen leefde zoo ftil voord. Eens gebeurde het, dat 'er iemand bij mij in de Kerk kwam, welke den naam algemeen had van een pijlaar van godzaligheid te zijn. Mijn goede man ijlde 'er heen, maar die Richter, in de plaats van hem te troosten, vroeg hem af, wat hii al ondervonden had, en de arme man kondaar van niet anders zeegen, dan dat hij als een arme zondaar begeerde gevalied te worden. Daarop werd hem aangezegd, hij moest dit en dat kennen, of hij ging verloren. Hopeloos kwam de goede Man bij mij, en ik onderrigtte hem, dat de Bijbel zo Wiet forak.dat de Bijbel zulke kenmerken niet opgaf. Intusfchen het was van dat gevolg, dat die Man beefde voor het ontmoeten van zulke menfchen, en aan den anderen kant, dat bèt hem zeer twijffelmoedig maakte. Die Man met dat al is wel zoo zeker na den hemel gegaan, als 'er iemand is ingekomen, of zal inkomen: en intusfchen hij verkeerde met niemand, dan met mij.

CHRISTEN.

Maar misfchien waren daar geen vroomen?

PREDIKANT.

Dat te onderzoeken, komt hier niet te pas. Misfchien waren 'er meer, dan men wel zou gedacht hebben. Ik wil nu alleen maar zeggen: iemand kan met uwe vrienden geen omgang hebben en evenwel een vroom mensch zijn. — Ja ! dat geval kan ons leeren, hoe waare Christenen voor t hoofd gefloten worden, om dat men ik weet al niet welke kenmerken vereischt, en dus waarlijk iemand wil beöordeelen naar leerineen, die geboden van menfchen zijn.

CHRISTEN.

Dit mag, zoo eens in een enkel geval wezen, Domine! Maar dat kan over het geheel niets maaken.

PREDIKANT.

Dit doet zeer veel. Wie weet hoe veel menfchen hier in de Gemeente nog zijn, die wel gaarne met u en uwe vrienden zouden omgaan: maar gij veroordeeltze en begeert met met hun omtegaan. Is het dan hunne fchuld? Spreekt eens met zulke menfchen, zonder ze te veroordeelen over de preeken, over de waare pligten van Godzaligheid, en ziet eens, of ze dan wel uw gezelfchap zullen fchuwen.

CHRISTEN.

Wel dat is juist de proef op de fom Domine! Als men op éten man aan komt, dan verdwijnen zij, die mt ons niet zijn.

Xx 3 PRE"

Sluiten