Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 354 )

„ zou ophouden en vermaaken; neen mijne vrienden

„ dit kan ik u verzekeren: wij zijn geen kunjiiglijk ver„ dichte fabelen naargevolgd."

Ter ftaaving van deze waarheid zullen wij uit den aard der zake bewijzen — dat de Christelijke Godsdienst geen verdichzel zij — noch de leerflellingen, daar in vervat kunjiiglijk verzonnen verfierzelen zijn van menschlijke uitvinding.

'Er is geen Godsdienst, die meer het licht der natuur behulpzaam zij — die ons meer tot de waare kennis van God en tot eene deugdzame gelukzaligheid opleid , dan de Christelijke. Hij toont niet alleen het beftaan van een Opperwezen, onze verpligting om dien God te eeren, maar onderwijst ons tevens waar in die eeredienst beftaat, en hoe wij Hem, die een Geest is, in geest en waarheid moeten aanbidden:de eeniggeboorne Zoon des Vaders heeft ons dien God, welken niemand ooit zag, in het euangeli verklaard. Daarom fchreef paulus, dat de verborgenheid der godzaligheid geöpenbaard is , en dat de verborgenheden onzer zaligheid dingen zijn , die geen oog gezien , geen oor gehoord heeft. Ja! daar in overtreft het euiingeli zeer verre het licht der Reden en alle oude heidenfche fabelen, dat het ons meer, dan immer eenige leer konde doen , tot een redenlijk geloof aan eene Voorzienigheid

opleid aan eene Voorzienigheid, die zich over alles

uitftrekt, zoo wel het kwaade als het goede in de wereld beftuurd, en alle dingen ten beste fchikt.

Aan den Godsdienst van jesus zijn wij derhalven die bondige , verheven denkbeelden van God , van den oorfprong der wereld , van den oorfprong van het zedelijk kwaad en van een' toekomenden beteren ftaat verfchuldigd.

1 Aan denzelven hebben wij te danken , dat wij met

zoo veel zekerheid weten, wie wij zijn; van waar wij komen, cn wat 'er uit ons worden zal.

Vraagt

Sluiten