Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND. "

(Fervolg van N°. 45.)

fVij zijn geen kunjiiglijk verdichte fabtlen naar* gevolgd,

2 petr. I: 16.

DE WAARHEID VAN DEN CHRISTELIJKEN GODSDIENST.

Hebben wij uit den aard der zake bewezefl, dat de chrlstelijke godsdienst geen verdichtfel zij — laten we dan nu overwegen, of 'er in de leerjiellige waarheden en zedelijke pligten niets gevonden wordt, het geen tiaar onver.

ftand of tegenftrijdigheid gelijkt. 'Er is niet in den

godsdienst van jesus, het welk tegen onze natuurlijke begrippen aanloopt, fchoon de christelijke leer ons tot verhevener waarheden en grootfcher befpiegelingen dan de reden opleid, en ons dergelijke dingen ontdekt, waar van wij het hoe en waarom niet bevatten kunnen; 't zijn nogthans alle dingen, die uit Gods volmaaktheden en eigenfcbappen voordvloeien, met zijne hoogfte wijsheid overeenkomen , ■die geenszins met de gezonde Reden itriiden of eenigszins II. deel. Zz naar

Sluiten