Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 376 )

een rein hare verleend moge worden. Zo dat men met den Dichter uitroept: (*) Schep mij een rein hart, O God! en vernieuw in het hinnenjie van mij eenen vas. ten Geest.

Dierhalven moeten zij, welken na het afleggen van eene belijdenis door den Doop der Christelijke Kerk worden ingelijft, als dan niet alleen beloven, dat zij als Christenen zullen leeven: maar zij moeten vooral als dan bidden om een rein hart, om vergeving der zonden en om een ver. beterd hart door Gods genade eu hulp te ontvangen.

En wat die Christenen betreft, welke in hunne jeugd gedoopt zijn en hunne kinderen laten doopen; dezen moeten voor zich zeiven dit befluit opmaaken, dat in hunnen naam door de gemeente en hunne gelovige Ouders, voor hun om vergeving der zonden en een vernieuwd hart bij hunnen Doop is gebeden geworden, en dat zij tot het gebruik van hun redenlijk verftand komende, die voorgedragene begeerte moeten bevestigen, door als dan te toonen; dat het hun waarlijk om vergeving en heiligende genade te doen is. ■ ■

Ouders, Leeraars en Gemeenten moeten ook bij den Doop der kinderen vooral daarom bidden, dat de hemelfche Goedheid die kinderen tot deelgenooten maake van

zijne vergevende genade. Die bede moet zelfs ge-

duurig herhaald worden door de Ouders. — Dit ook moet, als de waare aard van den Doop, den kinderen al vroeg worden bekend gemaakt, op dat zij zulke reine begeerten voor God uitftorten en tot hem opzenden. » Leeraars behooren de leden hunner Kerke daar van ook te onderrichten, op dat die plegtigheid der Christenen nog eens wederom ftrekken moge tot die heilfaame einden, waar toe dezelve is ingefteld geworden. — (f)

O Pfalm LI: 12.

.(10 Den Zender van dit ftukjen zeggen wij hartlijk dank, ofichoon wij van dien Geleerden over dit ftuk zelve eenigszins verfchillen.

Te Amfterdam, hfi M. de BRÜIJN, in d« Warmoesftnmr.

Sluiten