Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 394 )

fterke drangrede, om ftandvastig en onbeweeglijk te zijn in eiken tak van onzen Christenpligt, ten einde wij, door eene lijdzame volharding in het goede , eer , heerlijkheid en onlterflijkheid mogen verkrijgen , en deelgenooten worden der eeuwige vreugde.

Dat eene eenpaarige pligtsbetrachting van den godsdienst ons veel voordeel in dït leven , in ons fterven -en in de eeuwigheid aanbrenge , zullen wij u, In dit blaadjen , met eenige weinige trekken verwonen.

Laat de wereld haare vereerers trachten te beloonen 'en gelukkig te maaken, zij word niet zelden voor eene bedrieglter gehouden; de Godsdienst integendeel maakt zijne vereerers ieder dag gelukkiger.

Indien wij getrouw zijn in den dienst van jehova, wij zullen ten laatfte eene groote zegepraal bekomen , eene zegepraal op ons zeiven. — Wij worden overwinnaars van onze overheerfchende lusten en driften — en dus helden in bet oog des hemels; een Character van oneindig groo<er waarde, dan dat van de voorfpoedigfte verwoesters der aarde , die door de onderbrenginge van hunne wezenlijke vijanden, of die zij daar voor gelieven te houden, hunne naamen met verwondering en toejuiching tot den laatflen naneef overbrengen. — Kan eenig ding den mensch grooter eer toebrengen, dan zulke daaden, welke hem bekend en

geagt maaken bij engelen en aardsengelen? Kan 'er

edeler eerzucht zijn, dan te wenfchen, ons zei ven de agting en het welbehaagen van God en christus waardig te maaken? Of kan eenige glorie haaien, bij die, welke wij verkrijgen, door om onze overwinningen van deze wereld en onze eigen zondige harten, in den hemel vermaard te zijn , en dat onze zegepraalen door engelen en heiligen hier boven worden uitgeroepen ? — Indedaad, indien wij eenig gevoel van eer hebben, eenige wezenlijke liefde tot agting, wij zullen onzen grootflen ijver aanwenden, om de goedkeuring te verkrijgen van den genen , die de best© beöordeelaar is van perfonen en zaken , en tevens het welbehaagen van dat hemelsch gezelfchap, bij welk , wij weten , dat meerder blijdfchap is over éénen zondaar,

Sluiten