Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 295 5

daar, die zich bekeert, dan over negen en negentig recht' vaardigen.

Het is van gelijken aard geene kleine beloonin;; van den godsdienst en geene geringe aanmoediging ter dengdsbetrachting, verzekerd te zijn, hoe elke bijzondere daad van dezelve zal verzeld worden van die genoeglijke goedkeuring van ons eigen gemoed, welke een bron is van het hoogst inwendig genoegen en vermaak. — Kan 'er eenig vermaak vergeleken worden bij dat geene, 't welk voordfpruit uit de bewustheid van onzen pligt betracht te hebben ? Of kan iets in de wereld ons grooter gerustheid des gemoeds fchenken, onder alle de rampen en ongelukken van dit leven? — Hij, die zijne hand op zijnen boezem kan leggen, en geene verwijtingen van denzelven daar in gevoelt, moge gerust en bedaard bij zich zeiven ftaan, terwijl de geheele wereld, als 'tware, in de woeste verwarring rondom hem zich verliest; laat hij nog zo zeer veragt en verf naad, befpot en beledigd worden van zijnen naasten, hij heeft een' medgezel in zijnen boezem, welke hem zeer gerust bij zich zeiven zal maaken, wegens de troostrijke nadenking, dat hij niets gedaan hebbe, waar door hij dit verdiende. — Dit was het, welk den geduldigen j ob onderfteunde, in al den druk, die hem prangde; wanneer hij alles hadt verloren, wat hij bezat, zelfs het goed gevoelen zijner beste vrienden wegens zijne vroomheid; echter wist hij zich zeiven nog in deze troostelooze omftandigheden op te beuren , met het getuigenis van zijn eigen gemoed , en de bewustheid van zijn eigen oprechtheid. —- Ik zal, zegt hij, mijne oprechtheid van mij niet wegdoen ; aan mijne gcreclitigheid zal ik vasthouden , en zal ze niet laten varen, mijn hart zal die niet verfmaaden, van mijne dagen.

De betrachting der edele pligten van onzen godsdienst is niet alleen vermaakelijk in de onmiddelijke beoefening, maar ook even zoo bij nadenking. Dan moge een mensch, zonder eenige ontroering, in zijn hart zien,wanneer hij daar in niets vindt, dat haatelijk, aanftootelijk of ftrafwaardig is. — De bewustheid van die ongeregelde driften, welke hij •verwonnen, de deugdzame hebbelijkheden, welke hij verDdd * kre-

Sluiten