Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 15)

volflrekt geloofbaar getuigenis eischte , dat de originelen gezien waren. — Indien iemand dan zeide, 'er is volftrekt geen geloofbaar getuigenis aanwezig, dat die originelen zijn gezien: indien hij dat zeide, om dat men zulke verklaaring niet in fchrift had; wat zou men zulk een mensch andwoorden? — Veelen zouden hem geen andwoord waardig keuren. — Anderen zouden hem zeggen: Vriend! gij wik immers wel gelooven , dar de vertaaliugen van die fchriften al van dien tijd af aan, dat priüstley, evanson en steinbart leefden, in de wereld waren? Gij kunt anders die vertaaliugen bij alle Schrijvers, van dien tijd af aanr aangehaald zien. —. Indien gij dit wilt gelooven, dan zult gij ook moeten gelooven, dat de originelen gezien zijn. Maar al wilt gij dit niet gelooven, daar op komt het niet aan. Neen! dit is genoeg; indien die vertaalingen valscn f*) waren, en in den leeftijd dier mannen te voorfchijn kwarru-n, zouden piuestley, evanson en steinbart zulks aanftonds hebben bekend gemaakt, vooral wanneer zij in ons Vaderland zelve woonden. Hoe zouden ook alle Schrijvers die vertaalingen als echt en nauwkeurig hebben kunnen behandelen? — Op deze wijze dan befluit elk verHandig en opregt onderzoeker:of het origineelHebreeuwsck van mattheus gezien is, of niet — of iemand zulks getuigt of niet, dit is geheel en al onverfchillig: om dat hec onbetwistbaar zeker is , dat de vertaaling echt moet zijn, of mattheus zou ten minden zijne Mede - Apostelen, erl deze wederom anderen, gewaarfchouwd hebben tegen eene valfche vertaaling, tegen een valsch Huk. ,

Eindelijk befluit evanson op deze wijs: „ Oordeel „ wat een verftandig en opregt onderzoeker gevoelen moet' „ wanneer Hij ondervindt ten twede, dat men niet zo veel „ als eens voorgeeft te weten, wanneer, waar , of door „ wie onze Crickfche copie is overgezet?" Wij merken hier omtrend alleen maar aan, dat elk verftandig en opregt onderzoeker na een eeuw of twee (in het veronderfteld geval) zich niet vermoeien zou .'dan alleen ten nutte van de Boeken» kennis) om te weten, wanneer, waar, of door wie deNederduitfche vertaaliugen van de fchriften van priestley, evanson en steinbart waren gemaakt, indien hij maar wist, dat die vertaalingeu in hunnen leeftijd waren vervaardigd geworden, en als onder hun oog grooten opgang hadden gemaakt (f). Dit nu weet men vrij zeker van

r*\ r> • , de

(. ) uat is : zo er geene otlgheltn waren g'.wcest, of die vervaheht waren geworden. —— (tJ Komt het wel in gezonde herfenen op, te denken, dewijl wij

niet

Sluiten