Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 19 )

sent, dan dat van den Befchermer der ellendïgen. Medelijden is die eigenfchap van zijne natuur, welke hi| beeft goedgevonden, in eene groote verscheidenheid van licht te plaatzen, ten einde hij zijne majefteit naar onze zwakheid fchikken en eene hartlaafenis mo,?t verzorgen voor de fmerten der mentenen. Hij is de Hoorder van alle gebeden ; doch hij wordt verbeeld, met eene bijzondere opmerking, te luisteren naar het geroep der armen, en agt te geven op het gebed van de verlaatenen. Hij heerscht over alle ziine fchepzelen, met gerechtigheid en wijsheid; doch bij neemt, op eene bijzondere wijze, den last op zich , van den verdrukten recht te doen, van den vreemdeling te befchermen, van hem, die gecnen helper heeft, uit de hand des verdrukkers te verlogen. Foor den verdrukten armen en den zuchtenden behoeftigen , zal ik opflaan , zegt de Heer, om hem in veiligheid te ftellen voor allen, die hem verfmaaden. Hf] is een Fader der weezen, en een Rechter der weduwen, in de woon/lede zijner heiligheid. Hij woont bij de verbrijzelden, hij geneest de gebrokenen van harte. Want hij weet, wat maakzcl wij zijn , gedachtig zijnde, dat wij fi'of'zijn. Oordeelde de wijsheid zij¬

ner Voorzienigheid het noodzakelijk , zo veele van zijne fchepzelen in eenen ellendiger! fraai te plaatzen, met dien ftaat echter heeft hij medelijden. Hij rekent het niet te laag voor zich , zich zeiven , als de Toevlugt der vroomen en deugdzamer,, aan te bieden, en hen te noodigen om , in het midden van aiie bekommeringen , hunne harten voor hem uit te ftorm. Deze omftandigheden , welken anderen van hen vervreemden , doen hem te meer belang in hunnen toeftand nemen. De verwaarloozing, of fmaad der wereld , ftellen hen niet bloot voor eenige veragting, in zijne oogen. Geringheid verbergt hen niet voor zijne opmerking; en fchoon elk vriend op aarde hen vergat, zal de God des hemels hunner gedachtig zijn. Die zucht, uit bet bedrukte hart geloosd , welke geen menschlijk oor hoort , wordt van hem gehoord; en die traan wordt opgemerkt , welke valt , ongemerkt , of veiagt op de wereld.

' Zodanig eene b.fchouwing van het grootfte aller wezens verfchafc elk vroom hart de gevoeligfte vertroosting. _ Zij vertoont zijne regeering in een zo zacht en aanminnig licht, dat 'er de duisterheid, die over het menschlijk leven hangt j grootendeels door verdreven wordt. Een deugd» C 2 zaam

Sluiten