Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C m )

liefd te worden op onzen tegènwoonrrgétl ftaat, en hoe vergetenw.j dekroone der heerlijkheid , hoe vergeten wi, j zZ,

v li ™e!^ m,rende eeUWenl ; Maar de verdrukking

wekt ons met ee.ie getrouwe, fchoon haide ftem uitrit zoetvoerige doodsflajéêflhgöri en hartbedriegel J-ül hl ramp en tegenfpoed waarfchouwen onze zielen , om op te

SwriMM «" 16 a^f" Va" deze laSere vermaaken, dewijl alhier onze rust met is. Waare en duurzame blijdfchappen worden op aarde niet gevonden. De v!ie,;e, de ftS en Hortende: zee leeren den Zeeman in de haven te lopen alwaar ongeftoorde kalmte oP zijn aankomst wa^t:Öö 5ie wijze doen ons de tegenfpoeden naar de zali-e verbliik Plaatzen reikhalzen, daar alle traanen van onze oo>en z len gewasfchen, daar alle angften uit het hart zullen verMnnen zijn, en daar niets, niets anders plaats zal hebben

wTgheid.VOid VreUgd£ e" Iieflijkfte vermaake" ^ <#N

En dit wil ik u vooral doen opmerken: ,— Deugdzame godvruchtige menfchen wordeii in hun lijden het me*si vertroost door de hope des hemels; terwijl de ondetfgenderi niet alleen van deze hope zich ontbloot zien, maar ook benepen gevoelen door de vreeze, die uit eenen toekomenden ?eahèe|ePn°0,ren W°rdt- 306 Zi£' deS "ldnrchen ka" ^ «ooit, 2 r;,,°mf" VM angCt' °Ver he£ Sec" ^ lot haroaals zij» zal. Daar zijn uuren, wanneer zelfs voor hun die wel met het geluk ftaan, in het midden hunner ve-miaken ' de eeuwigheid een vreeslijk denkbeeld is. Doch nog meer -—- wanneer deze vermaaken, het ééne voor, het andere na, beginnen te verdwijnen; wanneer het leven van gedaan! te verandert en duister en droevig wordt; wanneer deszeas verwisfelingen den onbedachtzamen waarfchouwen dat het geen zo veranderlijk is , weldra geheel zal zijti voorbijgegaan; dan komt, met eenen prikkelenden ernst deze vraag te huis tot het hart: — in wat wereld ftaan wii

dra te gaan? Hoe ellendig is de mensch, die, onder

den druk der rampen, in twijfel hangt, wegens een ftuk w«r m hij zo veel belang heeft; die, in het midden van anglten en twijfelingen, tot dien vreeslijken eindpaal naderende, welke deze wereld van de volgende fcheidt, fchrikt op het duistere vooruitzigt, dat voor hem ligt; die wenscht' na dit leven te beftaan , en echter voor dat beltaan vreest;

die

CO Qpiab. XXI: 4. P/alm. XVI: h.

Sluiten