Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C H )

ge fineekingen en vertoont aan hem uwe ontroeringen*

C*) Als mijn harte overftelpt is, zegt een heilig

lijder, roep ik tot u , o God.' (f) „ Ik denk, ik vestig „ mijn zieloog op den Heere, op de Alvermogende fterk,, te, op de onbegrensde goedheid van hem, wiens ooren „ altijd, altijd open zijn, om 't geroep der ellendigen te „ ontvangen." Toen david van alle kanten ver¬

drukt, wanneer van buiten ftrijd van binnen vreeze was, nam hij den troon der genade tot de plaatze van zijne toevlugt. Ik begeef mij fteeds in het gebed, laat hij zich hooren. —— Dien weg, lezen wij, lloeg ffanna in, en gij kunt niet nalaten u het gelukkig uiteinde daar van te

herinneren. (§) Laat ik u ernffig verzoeken, deze

uitnemende voorbeelden naar te volgen. Buigt menigmaal uwe kniën, en heft nog veelvuldiger uw hart op tot den Vader der barmhartigheid en den God van alle vertroos. tinge: niet twijfelende, of hij zal, om de verdienden van zijnen geliefdtn Zoon, om de voorbidding van uwen medelijdenden Hoogenpriester, uwe beden hooren; u vertroosten in alle uwe rampfpoeden, in alle uwe fmartende omflandigheden, en maaken dat zij allen tot uw eindeloos geluk medewerken.

Laten u de wederwaardigheden des te nader bij jesus brengen. Hij heeft uitnemende zegeningen voor u verworven. Hij weet, op de proef, wat ge in lijden

en gevaaren nodig hebt hij is ook gereed u alles te

fchenken, wat se van hem geloovig begeeren zult.

Hij is de grootfle Menfchenvriend —— de Verlosfer van

zondaaren en als zodanigen wil hij u volkomen za-

lismaaken. —— Aanbidt zijne liefde Vertrouwt op

zijne beloften — verheerlijkt zijnen naam!

Het ftorm', bij 't barnen van de baaren, Op de ongeftuime wereldzee! Geen nood, mijn zielI vaart jesus niêe, Dan zult gij al 't gevaar ontvaren.

Reis naar het Land der Zaligheid. De kiel moog' flingren, wenden, keeren, Een Zeeman vordert met laveeien , Maar niet daar hij ten anker leid. Men vraag naar flroom noch tij, cn zeil bij alle winden, Schoon ons de nood fointijds een reef ken in doe binden.

05 P/alm. CXLII: 3. Qf) Pfalm. LXI: 2, 3. (§} 1 Sam. £ 16.

Te Amfteraam, bh" M. de BRUiJN, in de Warmoesftr&..t,

Sluiten