Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C5Ó)

God zij gedankt, zal 'er misfchien iemand zeggen, dat ik niemand kwaad doe, noch kwaad toe wenfche. ——

Maar, is dit alles, wat het euangeli van u eischt?

Ach! zoo de GodlijkeVerlosfer niets meerder gedaan hadt, dan zich tegen ons niet te verklaaren, dan flegts onze ellende niet te vergrooten! Zoo hij ons niet met mededogen hadt aanfchouwt! Zoo hij niet het eerst naar ons hadt omgezien! Zoo hij zichzelven niet voor onze zaligheid had opgeofferd! Wat zou ons lot geweest zijn ? Dat zelfde {*) gevoelen, V welk in hem was, moet het ook niet in ons zijn? in ons, die hij door één en het zelfde bloed heeft vrij gekocht; voor wien hij dezelfde erfenis verworven heeft, en die hij allen ten jougften dage met zich vereenigen wil?

Wij, die vreemdelingen en reizigers zijn op deze wereld, laten wij 'er ons op toeleggen, om elkander onderling de plaats onzer ballingfchap dagelijks draaglijker te maaken, op dat wij elkander met verrukking mogen wedervinden in ons Vadeiland.

Dit zij en blijve de taal van den vreedzamen Christen : „ Wij gaan allen naar dezelfde plaats, naar het huis van onzen algemeenen Vader: Ik zal dan niet alleen met u niet twisten op den weg; niet alleen, zal mijn oog op aarde niet boos zijn tegen u, wien ik voor eeuwig weusch te aanfchouwen in den hemel, maar daar en boven, zal ik hartelijk deel nemen in alles, wat u betreft; en ik zal zoo veel in mij is, den moeielijken arbeid van uwe reize door deze wereld verzoeten."

Laat ons dan den vrede beminnen, in vrede leeven , den vrede bevoorderen.

Waar liefde woont, gebiedt de Heer den zegen; Daar woont Hij zelf, daar wordt zijn heil verkregen, En 't leven tot in eeuwigheid.

O Filip. Os 5.

Te Amllerdam, bij M. de BRUIJN, in de Wannoesltraat.

Sluiten