Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 76 )

SI* eMC,a',1 Z°" zijne meeninS deze geweest zijn: „ liever wildei ik mijne Dochters aan u overgeven, dan dat ik de geweldenaar.] (*) aan deze mijne gasten dulden zou." JJoch, t is niet te vermoeden, dat die van Sodom dezen voorllag zouden aannemen, nadien zijne Dochters aanzienh,i.Ah-A deru.i>ta,d reeds waren toegezegd. Zijne verbaasdheid wmd.j deze gelegenheid ook te groot om met

ernst en nip beraad zulk een' voorflag te doen. Wij

kiezen , uit dien hoofde , liever de gedachte van c a

ïïfVL" iV' DSZS G£leerde wH, drmen loThs ze^ gen ui het 8fte vers van het XIX. Hoofddeel niet ftellig en vergunnender wijze, maar fchertzender of liever vraa-

wXtr ZJ1 hehue 'e neme''' en wel 200 vraagender wijze, dat door het noemen van het ééne ongerijmde, de godlooze Sodomiten wel konden begrijpen, da? loth ook

£t i T iT,?011 te bewegen ^ in dezer voegen: ziet doch , ik hebbe twee Dochters , die nog maalden zijn . zou tk die ook tot u uitbrengen ? op dat gij 'er snede zoudt doen, zo als goed is in uwe oogen ? immers dat kunt gij wel denken , zal ik nooit doen ; maar nu. 'jen Mo mm als ik dit gedoogen zoude , even zoo min zal ik toelaten , dat aan die mannen , die onder mijn

aak zijn gekomen, eenig hinder zal gefchieden Wij

tZVZr°"/en Lan^e,noote» verzekeren , dat deze vertaaling met den grondtekst overeenkome; ook doet zij meer Xu„ het Charanct?r van loth , zo als petrus het alfchetfte, tevens fluit dan het volgende negende vers volmaakt op dit zeggen. — Sodoms inwooners werden dan van loth beflraft en hunne gruwelijke daaden hun levendig voor oogen gefteld ; dit maakte hun zóó woedende, dat zij in woorden en daaden van oplopenheid en drift tegen loth uitvoeren en zijn huis wilden overweldigen.

tZij ïntusfchen verre van ons, dat we loth in alles wat van hem getuigd wordt, zouden kunnen rechtvaardigen. De bloedfchande van hem met zijne Dochters is zekerlijk eene zwaare zonde. — Het herhaald onmatig gebruis van den wijn maakte hem ook ten hoogften fchuldia voor God. Heumann denkt, dat loth zich verbeeld hebbe, eene zijner flavinnen of bijwijven, die hij, tot behulp van zijn gezin, waarfchijnlijk hadt medegenomen,

te

£.*■> Verg. G-». XLU: 37. 1 Som. XX: 8.

Sluiten