Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 109 )

klaaring van den Andwoorder: dat de vcrlosjtng van de zonden door christus bloed en Geest , die het geloof werkt, hun niet minder dan den volwasfenen wordt toe-

„èzesnl bijgevolg verftaat hij door het Verbond de toe-

, ze*<r%<r zijnde de belofte van christus bloed en

i Geest.b De jonge kinders, te wéten, de kinders van Ou< déren' die in dat Verbond zijn, behooren mede onder dat « verbond, dat is, de belofte wordt ook aan hun gedaan, zoo wel als aan de volwasfenen, dat is, zoo wel als aan ] hunne Ouderen. — En dat dit waarlijk de meening zij, blijkt uit het befluit. dat de Spreker hier uit maakt: derI halven snoeten ze ook door den Doop, als door het teken \ des Verbonds , der Christelijke Kerke ingelijfd, en van l de kinderen der ongeioovigen onderfcheiden worden. De ' Christelijke Kerk is 't volk des Verbonds, en 't Verbond 1 beftaat in eene genadige toezegging van vergeving en za. | ligheid, onder beding des geloofs; Dien dan deze toezegi ging gedaan wordt, behoort tot Gods verbond, en dus ; ook tot de Kerk. — Bij gevolg moeten de kinderen van de zodanigen door het gewoone teken des Verbonds oni derfcheiden worden van de Kinderen der Ongeioovigen.

. Maar wie moeten wij hier door die Ongeioovigen ver-

j ftaan? zulke Christenen, die nog niet kragtdaadig veranderd zijn? Voorwaar dan is het gezegde van den

Onderwijzer ongegrond, alzo niemand den doop zal aanmerken als een teken van geloovigen, in dien zin genoi men; dan, zo gij door Ongeioovigen verftaat alle men' fchen , die niet gedoopt en dus nog geen Christenen zijn, a gelijk men van ouds , en ook in de H. Schriften , dit | woord bezigde, dan is de zin klaar en met al het voorige '. overeenkomftig. — God doet zijne beloften niet alleen \ aan de Ouderen, die door den doop met hem in 't verl bond treden , maar ook aan hunne Kinderen , des moe3 ten die kinders, door het gewoone teken, dat verbond en ij der Kerke ingelijfd en dus onderfcheiden worden van de } Kinders der Ouderen, wien God deze voorwaardelijke l belofte nog «niet gedaan heeft; of die deze belofte en « voorwaarde verworpen hebben , gelijk , b. v. de heden-

( daagfche Joden. Past nu hier op de gelijkenis toe,

j» welke de Onderwijzer ter opheldering hier bij doet , ge\\ lijk in het oude Verbond of Testament door de befnijdeI nis gefchied is. Hoe toch zijn de kinders der geloovii gen van die der ongeioovigen onderfcheiden ? immers niet O 3 an-

Sluiten