Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C "5)

ner ik mij alle de weldaaden, die God mij, van mijnen eerden ademtocht af, gefchonken heeft! Inzonderheid dank ik hem, dat hij mij van Christen Ouderen deed gebooren worden , die het voor hunnen eerden pligt hielden , mij aan God, als zijn eigendom, voor te dellen; mij en mijn geheel geluk zijner Voorzorge aan te bevelen, en bij den Doop , dien zij aan mij lieten voltrekken , de plegtige belofte te doen , dat ik , als een Christen , in de leere des Euangeliums zoude opgevoed worden, en reeds vroegtijdig , aan de heerlijke voorrechten der Gemeente vjn jesus, zoude deel nemen. Hoe verheugt zich mijn ziel over dit uitllekend geluk! dikwerf dank ik mijnen God, dat ik een Christen ben.

euelhart. Dergelijke gedachten doordringen mijne geheeïe ziel. — Morgen zal ik mijn Kind voor het oog van engelen en menfchen aan God opdragen! Ik zal plegtig voor God belijden, — dat dit mijn Kind in zonden ontvangen en gebooren is, dat God het door zijnen Geest moet veranderen , en van alle onreinheid der ziele zuiveren. — Ik zal tevens belijden, — dat God een verzoend Vader in christus is, dat hij zich dus verklaart bij den Doop van mijn Kind — dat hij mijn Kind aanmerkt als een lid van die Gemeente , aan welke hij zich , als een verzoend Vader, aanbied —- dat jesus ook wil zijn de Zaligmaaker van mijn Kind , en de Heilige Geest j i:i het zelve v\oonen en het tot een lidmaat vanc hristus heiligen . Dus zal ik mijn Kind, als een Kind des Verbonds aanmerken , als een bondeling den Drieè'enigen God toewijen — en tevens, als met eenen eed verzegelen: —* dat ik mijn Kind in die leere, die ik beken de waarachtige en volkomene leer der zaligheid te zijn , naar mijn vermogen zal onderwijzen. — Dit zal ik voor God belooven! — Mijn Kind is een Kind van een' Christen! Daarom wil ik het, van zijn eerde Kindsheid af, aan het Christendom heiligen; ik wil het door den Doop plegtig daar toe laten inwijc'n , en zelfs bij deze verrigting openbaar, voor God en mijne Medechristenen, de gelofte afleggen: dat het ter eere van God en in het geloof aan zijnen Verlosfer zal opgevoed worden. — Onmogelijk kan het mijnen God mishaageu, wanneer ik dezen zuigeling hem en zijnen Zoon toewijë, en daar door betuige: hoe zeer het mij ernst is, denzeiven niet, als een wilde plant, te laten opfchieten, maar tot een' Christen te vormen.

ik. God derke u in dit goede voornemen -—«— hij doe

P 2 U

Sluiten