Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 172 )

Maar bepeins tevens, mijn ziel! vfelke bezigheden gif hadt te verrigten en wat gij daar van volèragt hebt.

. Zo lang ik mensch, burger, Christen, ja een fchepfel

van God ben zal het mij nooit aan gewigtige bezigheden ontbreken. ■ o Dat ieder jaar de ('om van mijne nuttige werken, van mijne uitgevoerde edele pligten aanzienlijk vermeerderen mogte! — Laat ik daar op bij den afloop van dit jaar eens te rug zien, laat ik mijne verandwoording voor God afleggen. — Hoe heb ik mijne vermogens, mijne gaaven, mijne bekwaamheden bedeed in dat ambt , in dat berqep, in dat werk waar toe ik op aarde geroepen

ben? Wat heb ik als mensch, als vader, als man, als

vriend, als broeder, als burger, als Christen geda an ? Heb ik ter bevoordering van tijdelijk en eeuwig geluk van mij zeiven, van de mijnen, van mijne medemenfchen, met welke ïk in eene mactfchappij verbonden ben, iet toegebragt of verzuimd? —— Wat is 'er van mijn tijd en vermogens geMorden? — Heb ik noch mijne kragten in ijdelheden ver* fpild, noch eenige oogenblikken verloren ? Deed ik mijn werk, mijn beroep met lust of uit dwang ? Werkte ik alleen uit eigenbaat of uit een zucht voor 't algemeene welzijn? — Was elke pligt heilig en onverbreekelijk in mijne 00,en? Was ik met een woord groot, edel, als

mensch, als burger en als Christen? — Durf ik hier vrijmoedig mijn aangezigt tot God wenden — hem rekenfchap geven van mijn tijd, van mijne vermogens , van mijne gaaven, van mijne daaden?... o Mijn God ! hier beeve ik voor uw heilig aangezigt! — Duizend duizend te kortkoïningen verfchijnen voor mij! — Ik heb in dit alles ook mijne groote bedemming vergeten!

Maar dit ftelc mijne ziel gerust,

Doorgronder aller harten ! Vergeven is uw vreugd en lust, Zo ons de zonden fmarten. — Schoon gij het ziet, Verdoemt ge ons niet, Als wij met ftof omgeven, Niet engelheilig leeven.

Hm

Sluiten