Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C J7P )

a vreezen? Aan uwe vaderlijke liefde, aan uwe getrouwe rechtvaardigheid en aan de zekerheid van mijn toekomftig

beftaan, kun noch zal ik immer twijfelen. ■ De deugd,

de waare deugd, ja, die is beminlijk in mijne oogen, om haar zelve. Mag ik mijnen God dienen, ik heb de aangenaamfie gewaarwordingen en ben vrolijk zelfs onder het mart.'ilot. Maar deze wonderbare vergenoeging en beucheiijke k in mii bewaard en ver-

gciiiijt;a.>;i,c.i.^in. vvuiut j -

levendi 'd, door die (tredende verwachting, dat een recht deugdzaam leven de kroon en de palm der oerwinning erburen zal. Deze hope doet mij op de paden van godvrucht ftandvastig met alle onheilen worftelen , de ondeugd , ten bloede toe, beftrijden, en den dood zelfs braveeren. Doch indien eene aangenaarae bewustheid mijne éémge belooning waar, indien deze en mijne hope met dit leven moesten eindigen; zoo is de deugd een dorre, een ïjdele naam; zo is zij een boosaartig monfter, die mij, onder fchijn van een toekomend geluk, voor eeuwig bedriegt, en mij daar te boven no% op de listigfte wijze , berooft van bijna alle gelukzaligheden dezes levens. Heuchehjke waarheid, ik

beu voor eene eeuwigheid! — voor eene eeuwigheid? Is die taal niet onbezonnen? zo 'er eene evenredigheid is tusfchen onze daaden en de vergelding, hoe kunt ge dan uit de natuur der godlijke Rechtvaardigheid beltonen : i\i ben voor eene eeuwigheid? let wel, — wij hebben bewezen, dat de ziel, uit haaren kerker verlost , in haar wezen zal voordduuren; dus moet ze en natuurlijk en zedelijk hier na dezelfde zijn, als in dit leven. Maar volgends haar ze.lehjken ftaat kan ze niet zonder eene wet, en volgends haar natuurlijken niet zonder eene werkzaamheid zijn; deze werkzaamheid moet of ten goede of ten kwaade wezen ; dus moet de godlijke Rechtvaardigheid of eeuwig beloonen of eeuwi" ftraffen. Zie daar, mijne verwachting is met ïjdel, zij rus°t op eenen onbeweeglijken groudfteun. Ik ben voor eene eeuwigheid! . , „ '

Dit denkende, gevoel ik al meer mijne waarde. Zo tocli mijn aanwezen een einde zal nemen, waar toe mij de onverzadelijke begeerten, als zo veele beloften, mijne natuur als ingeweeven? of moest ik alleen voor een jammervol leven, dat zelden boven de zestig jaaren Klimt, met verlangen naar eeuwige zaligheden geboren worden ? zaligheden! die Jk gedoemd ben nimmer te genieten ? deze eeuwige begeerten deze opperhoofdigheid der ziel, die een mensch boven een beest verheffen, ftellen dan den mensch, in geluk, yer Z % he«

Sluiten