Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c m)

geen oogenblik, of deze is de ware betekenis, gelijk wij die ook beiopgen zullen.

Vooraf moeten wij opmerken, dat de Ouden ons bier niets beflisfen kunnen , dewijl zij verdeeld zijn , zelfs met zich zeiven en daar door betoonen, dat of de fpreekwijs in hunnen tijd tweederiei betekenis had, of liever, dat zij bij gisting de betekenis vasiftelden, daar de fpreekwijs het een zo wel als hec ander zou kunne» betekenen.

Het is 'er dan verre van af, dat de Ouden voor het eerfte

gevoelen zouden pleiten, gelijk faber ftelt. Want ja-

sEPiios — en die is de Oudfte , welken men hier aanhaalt, geeft op de eene plaats het eene,— op de andere plaats het andere denkbeeld op (*). .

Wat de Oude Overzettingen betreft; ook deze hebben beide gevoelens, gelijk in de aantekening op ludeke zelfs erkend wordt. Wij hebben dierhaiven in de Oudheid geenen genoegzamen grond om een van beide gevoelens te omhelzen. — Of wilde men geiuigenisfen laten gelden, dan zou men waarfchijnlijk meer getuigen voor het laatfte, dan voor het eerfte denkbeeld kunnen bijbrengen. —-Chrvsostomus, suLpiïius severus. ABüLFARAGius worden onder anderen door de Geleerden hier genoemd. Onder de

Geleerden van laateïen tijd noeme ik has/eus Cf)- 1

Deze heeft dit ftuk zoo voldongen, dat lette (Jj openhartig belijdt, dat Lij te voren in het eerfte gevoelen had gedaan, maar door uas/eus genoodzaakt was geworden van gevoelen te veranderen. — Wij voegen hier als voornaame Geleerden nog bij MiCHAëns fj) , muntinghe en schultz (§§).

Indien men dierhaiven door getuigenisfen het pleit beflisfen kon, zou het laatfte gevoelen de overhand behouden.

Doch getuigenisfen gelden hier niet, dewijl zij niet

eenpaarig zijn. ——.

Laat ons dan naar andere bewijzen omzien. — Bij l uDek e lazen wij, dat de oosterlingen , wanneer zij gaan flapen het hoofd alleen en niét de voeten dekten. — Chandler (-jj) daar en tegefi — om ook voor het eerde gevoelen te pleiten — zegt: dat de oosterlingen , wanneer zij gingen flapen , niet alleen de voeten, maar het geheele lichaam gewoon waren te dekken. -— Hoe zeer dit een

en

(*) Conf. AnnqU ad l u d e k e en et. ii. muntingue Difs. al qvai. y. J loca, p. u. (f; HM. ISr. Jf. p. 757.

f"mall>\ f:-?- 80. CO Ccberfetzung en Or. JJibl. V. Th. W i; (i§J MMia in y. t. (ff; m. m u n t i n g h e /. ï.

Sluiten