Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 19° )

gezigt, oogen, en armen gevoegd in eene afbeelding, die 'er van iemand gegeven wordt. Indien anders dn be¬

wijs doorging, zou men kunnen denken, dat de oosterlingen zich nog van een voetdekfel (behalven hun overkleed , waar in zij zich geheel winden) bedienden in hunnen flaap.

Offchoon dan dit bewijs niet doorgaat, is'er, al hadden wij anders niet, bewijs genoeg in den famenhang der heide gevallen van het voeten dekken, zo als ze ons in den Bijbel worden verhaald. Wij verwonderen ons, dat de

meesten hier op in het geheel niet gelet hebben, dewijl alle gefchil als dan voorlang zoude zijn beflist geweest. H as/Etis alleen (voor zoo verre wij hebben Kunnen ontdekken) heeft zich, en wel met den gelukkigften uitflag, hier van bediend, offchoon ook het een en ander onzes bedunkens niet voldoende is. — Wij zullen de Gefchiedverhaalen volgen,

In het eerfte (*) lezen wij, (f) datEGLON in een koele opperzaal zat, welke hij voor zich alleen hadt en die zijne knechten de verkoelkainer noemden. (§) Ieder weet, dat de oosterlingen zulke koele kamers zoel,ten en hadden om zien in de hitte van den dag te verkoelen. — Met alle rede nu vraagt has;eus , of het bij iemand kan opkomen te gelooven, dat in zulk een kamer juist ook een gemak zou geweest zijn, 't welk niets minder dan een frisfche en verfche lucht oplevert?

Nog meer! Wij zien duidelijk, (**) dat eglon in dat vertrek gezanten ontving, gelijk ehud als zodanig met ge-

fchenken daar ter plaatfe gekomen was. Waar uit ha-

sjëus ook zeer juist opmaakt, dat hier een troon moet zijn geweest. — Oosterfche Vorsteu toch zullen nooit, dan op een troon gezeten, gezanten ontvangen. Wij lezen ook van den troon (tt) > offchoon het woord oneigenaartigdoor ftoel wordt overgezet. Want bij de oosterlingen zijn volftrekt geene floelen bekend. — Troonen voor de Vorsten in hunne gehoorzaalen en beddekens of matrasfen zijn het

waarop de oosterlingen zitten en liggen. — Vraagt dan

hasjEUS niet terecht, of men kan aannemen, dat in zulk een vertrek, waar de Vorst gezanten op zijnen troon ontvangt, ook een geheim gemak zal zijn geweest? -

Eindelijk- wij lezen hier, (§§) dat de knechten tot

fchaa-

00 Richt. ih- (f) Ps. ao. (§) Vs. 24. C*0 Vs. 17 tn 19. (tt) Vs. 20. «§) ff- 25. J

Sluiten