Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C w )

1 Met genoegen zie ik, dat de groote n AMELsvELD,(aan J wien JNederland.-kerk veel verpligiing heeft) in die zeifde gedachte is, alzo hij op gemelde 17 vs. dit volgende aantekent: „ De gewoone vertaaling heeft: Zij maakten alomme be„ kend; dit eischt echter het Griekfche grondwoord niet, „ ook is de zaak niet waarfchijnlijk. — De Herders geven ,, een naauwkeurig verhaal van het geen hun bejegend, en „ aangaande dit kind gemeld was, aan josef, map.ia, en „ die genen, die zich hier tegenwoordig bevonden." —— Hoe fchoon hangt nu dit gedeelte der gefchiedenis aan één} De verfchijning der Engelen was thands verdweenen. De Herders bevonden zich weder alleen. Zo ras zij van de indrukzelen , dewelken het hemelsch bezoek op hen gemaakt hadt, een weinig bekomen waren, was bun eerfte werk, elkanderen op te wekken, om naar Bethlehem te gaan, en het geen hun de Engel tot een waarteken gegeven hadt, van nabij te zien. Zij fpoedden zich naar Bethlehem —— zekerlijk met groote verwachtingen, maar toch zonder onderweg tot ! die gedachte over te hellen: waar van zich anders een aardsgezinde Israëliet niet wel zou hebben kunnen ontdaan, wan! neer men hem naar zodanig eene plaats gewezen hadt, om i aldaar zijnen m es si as te vinden, — De verfchijning des Engels zweefde hun geduurig voor de oogen, en verhief hen boven alles, wat de verblijfplaats van het kind en zijne uiteti lijke omftandigheden verachtelijks hadden.

Zij kwamen in de Karavanfera, en vonden aldaar het it kind in de kribbe liggen, en bij het zei ve m a r i a en j o z e f , I die meenden, dat zij alleen het oogmerk, waar toe het zelve >; gefchikt was, wisten ; en thands zien zij, tot hunne groote j verwondering, dat de Herders van alles even zoo goed keni nis hadden. Want dezen vragen niet eerst, wat dit vooreen ij kind was; maar naderden het zelve met eenen eerbied, die iT veronderftelde, dat zij de groote zaak,waar toe Hij gefchikt ■ was, reeds kenden. Ook gedragen zij zich met opzigt tot maria enjoZEF, om des kinds wille, met bijzondere agri thig. Als zij thands met hun in gefprek traden, verhaalden i: zij hun, wat hun bewogen hadt, om nog in den nagt in I dit verblijf te komen; zij wilden elk om het eerst de groote l< blijmaar verkondigen. Zij zeiden , dat ze een engel gezien :t hadden, omgeven van eenen godlijken glans ■ dat èt *er een menigte van die geesten lof hadden gezongen, I maar bijzonder, het woord des Engels belangende de I ^eerlijkheid van dat kind, dat het was de Zaligmaker, de i Christus, de Heer. Allen, die hier bij dit doorluchtig Bb 3 paar

Sluiten