Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C =47 )

■Geest, dan dat ik het zoude durven waagen, om van de duizenden der groote doeleinden, welke zich in de lengte en in de breedte uitftrekken , het eenige , het welk ik misfchien ftout genoeg ben tegisfen, te noemen , en te ontwijen door woorden, welke mijn beltrompen denkbeelden zoo duidelijk ten toon ftellen. — Dit zou één

door lijden gezaligde geest best kunnen ontwikkelen. — Maar wat kan hij , die zelf nog een vreemdeling isaan zijne Medereizigers meer. zeggen, dan het geen hij bij het einde van zijne vreemdelingfchap hoopt 1 I . : ivlosai»

Maar met hoe veel vertrouwen ik ook hoope; en hoe fterk ik ook overtuigd' ben van het onderfcheid, 't welk 'er zal plaats hebben tusfchen heiligen, die onder den last der rampen ten hemel zijn gewandeld , en die , welke zonder deze affchrikkende 'lasten hunnen loop volbragt

hebben; durf ik^het echter niet waagen • om niet,

mogelijk , de rust van eenigen mijner godvruchtige Lezeren, welke mij altijd heilig is, te ftooren, de vergelijking zelf te maaken. - Wanneer wij echter met zoo veel recht verwachten , dat zelfs hij , die reeds hier op aarde een geluk en uiterlijken welvaard fcheen te genieten, dat aan de maat van zijne vroomheid volkomen geëvenredigd fcheen , terwijl hij midden onder de Godlijke weldaaden tot aan het einde van zijne dagen gerust en blijde heenwandelde — wanneer zelfs zulk een gelukkige Vroome, i uit de nog nauwkeuriger befchouwingen der godlijke wegen, ftof ontleenen zal tot eene eeuwige zaligheid : hoe zoude dan de hoop te vermetel kunnen zijn , dat hij , die zoo zelden eene evenredigheid tusfchen zijne heiligheid en uiterlijke omftandigheid ontdekte ; wiens leven meer geleek naar een ongelukkig mengfel van een blind, ftijfzinnig geval , dan naar de fchikking van een wijs en I goedertieren God; hoe zoude, zeg ik, de hoop te verI metel kunnen zijn , dat hij, naamlijk de lijdende , de ] zaligheid des hemels , voor zoo ver dezeive ontftaat uit i de befchouwing van zijn voorig noodlot , in eenen hooI geren graad zal genieten , dan de ander? —— Geeft de I oplosfing van een moeilijk raadfel niet altijd een veel le* i vendiger genoegen-^an het verftand , dan de oplosfing |" van een gemakkelijk voorftel? Ontftaat niet uit dat geene, 1 het welk voor onze kennis van zeer veel belang is, ook W I ■ ff 9» ia JU, - ■ I ■ — « -tea

Sluiten