Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 248 )

een hooger graad van blijdfchap, wanneer men deze ken* nis nu werkelijk verkregen heeft? En kunnen wij dezelfde uitwerkzelen zoo lang ons wezen niet veranderd

wordt ' niet eeuwig verwachten?

De groote zucht naar het toekomende, waar naar de geest van dezen lijder reikhalst, verftrekt tot een waarborg van deze troostrijke hoop ; en de enkele flaauwe fchemerlichten , welke hem dikwerf reeds hier zo gevoelig verkwikken, zijn mij de dierbaarfte panden van dezelve 1

Zie daar, drukgenooten ! eene gedachte die u alle

verdrukkingen en vervolgingen doet trotferen Wij

zullen u in 't vervolg meer zeggen ter bemoediging — Qi\ gevoelt reeds dat alle rampen en wederwaardigheden voor u werken een gantsch zeer uitnemend eeuwig gewigt van heerlijkheid. —-

l Te Atoiterdarn, bij M. de BJLUIJN, in de Warmoesftwat.

Sluiten