Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 2ó2 )

deren neder) voor hem niet verbe'rge. Of doelt hij, in deze waarlijk zonderlinge bede, mogelijk ook op de gewoone ei. genfchap van eenen vreemdeling, die ook de zijne was, volgends welke men zich niet verdiept in de geheimen van den lande, daar men zich fchuil houdt, en onbekend onder onbekenden verkeert ? wel te vrede , zo men zijn oogmerk maar mag bereiken.

Maar hoe zou God zijn woord verbergen ? dat woord, 't welk hij eens en voor altijd gegeven heeft tot een helderfchijnend licht? Zeker nooit in den eigenlijkden zin. Nooit, dan bij toeval. Zoo was Gods woord weleer verborgen en bedekt voor het verharde Joodendom (*) en is het nog: hoe veel meer voor 't blinde Heidendom • en hoe droevig is het lot van weleer verlichre landen en volken (§)! Niet zelden tugtigt en beproeft God ook de zijnen, door hen alleen te laaten, miszet van raad en troost in ongelegeuhedcn. Dit is 't, dat david afbid. „ólleer,/aat toch niet toe (j.) dat ik „ ooit verftoken zij van het geleide van uw woord 1" Eene heilige toelating, weik op menigerlei wijze gefchieden kon en nog gefchiedt. Ook bad hij dus niet flegts, om bewaaring voor dat onheil: maar dat 's Heeren Woord hem als een heldere leidftar altijd en in alles nabij mogt zijn, om hem den weg te wijzen, hem te verlichten,te flichten, te vermaaken, te troosten, te waarfchuwea voor alle gevaar, te fterken tot alle posten, zijnen weg gelukkig te doen afleggen, tot dat hij zijne vreemdelingfchap op aarde verwisfelen zou met het hemelsch vaderland. Trouwens, Gods Woord is dat alles voor ons op onzen weg naar de eeuwigheid, wat een allerbeste gids voor een vreemdeling ooit zijn of worden kan. En nog meer. De wet des Heeren is volmaakt, onfeilbaar, algenoegzaam tot alles, en beftendig, houdt altijd ftand en altijd kragt, een onuitputlijke bron van alle waare wijsheid, en fterkte, een licht, dat nimmer taant, en altijd veilig leidt, het eenig middel om alles te zijn voor allen, buiten het welk alle andere leidslieden ons niet kunnen baten , en door het welk wij volmaaktlijk kunnen worden toegerust omonzegantfche reis wel te beginnen, voordtezetten en te volbrengen , mids de kragtdadige medewerking des H. Geest en deszelfs invloed het Woord levendig maakt, wiens Godlijke bijltand derhalven ingewikkeld te gelijk word ingeroepen, gelijk elders uitdmklijk door onzen Dichter pleeg te gefchieden (,).

Dus is zijne bede zinrijk en diepzinnig, zoo wel als hoogst jepast. En gelijk wij zijne bede de onze maaken moeten ,

naar

CO Luc. XIX. 1 Cor. III. CS) Opent. II en III. O) Vergelijk Pf. CXIX: 10. CO Pfalm Li. CXUUV

Sluiten