Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C =71 )

en dienstmaagden , gij weduwen en weezen — Iaat ons toch gevouwen handen aan handen, geboogen knieën aan knieën, mond aan mond, en harten aan harten fluiten, allen als één man, voor God ons als zondaars ter nederwerpen; eigenlijk erkennen en navorfchen , welke elks kwaade weg, wrevel en geliefkoosde zonde zij; — ons niet zeiven verblinden, ons niet met andere menfchen, maar met christus en deszelfs euangelie vergelijken; — diep in ons harte inzien, ten einde het ons niets onthoude; niets, dat zondig, onedel en ongoddelijk is, verberge! En al het zondige, al het onedele en ongodlijke, dat zich in ons bevindt, *t zij hovaardij of gierigheid , wellust of traagheid, toorn of twistzucht, leugen of lastering, trouwloosheid, onrechtvaardigheid, bedrog en arglistigheid; 't zij boosheid of nijd, geveinsdheid of fchalkheid dit alles zij van ons allen,

voor God, op den plegtigen boetdag geheel verlochend —. bij het kruis van onzen Heere jesus christus als neder-

geiegd ncdergelegd met die plegtige belofte; dat ge

voordaan voor Hem zult leeven, zijne geboden doen, en naar zijne inzettingen wandelen.

Ach — dat wij ons haasten —- haasten, eer het te laat isi laat ons bekennen, dat wij zondaars zijn; ons hartelijk fchaamen, dat wij 't zijn; voor God in het gebed betuigen , om het niet meer te willen zijn; al mogt de gantfche wereld met ons fpotten, en al mogten ons onze vrienden verlaten; ja, al moesten wij 'er zelfs ons leven bij opofferen» ja, mijne medechristenen! zo waar als God leeft; zo waar als het is, dat gij zijn woord in uwe handen hebt; zo waar is het, al waren uwe zonden nog zo fchriklijk, nog zo talrijk, gelijk ze zijn, God zal zich over u ontfermen, wanneer gij aan zijne barmhartigheid in jesus christus gelooft ; Gij zult in hem, door 't geloof aan zijnen Zoon een verzoend Vader vinden; hij zal u niets verwijten, niets onttrekken. Hij zal u als een Fader, en gij zult Hem als

zoonen en dochteren zijn. De godlooze verlate zijnen

weg , en de ongerechtige man zijne gedachten ; en hij hekeere zich tot den Heere, zo zal hij zich zijner ontfermen, en tot onzen God, want hij vergeeft menigvuldig. C) ó Hoor het toch zondaar! hoort ook gij, verfchriklijkfle van alle zondaren! laat het u ernst zijn, beter te worden! En Cod doet niet met u naar uwe zonden, en zal u niet ver-

gei-

1 CO 3MT» LV: 7.

Sluiten