Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 33* 3

©p de aspnmftrekon te famen buigt) zoo zij terdond dien. zegen misfen; — daar, waar de zon zich in het gloeiende toppunt toont,zou 't koelend windjen nooit haare korst verfrisfchen — het dorftig land zou den vruchtbren regen ontbeeren — wat groei en leven heeft zou vlugs wegkwijnen

geen vogel zoude omhoog zweeven — noch onze

ooren zouden immer hun gezang vapgen en onze harten, verrukken.

ik. Welk gefchenk, ed u ar.d! laat ons denAlgoeden hier voor ook eeuwig danken !

EDUARDt Sla uwe oogen eens op dit gras- en kruid-rijk. weiland! —— Hoe fraai vertoont het door den dauw , trots den Regenboog, een zevenverwig licht ! Dit groene kleed der aarde verfterkt ons gezigt! Hoe is het teder weeffel van ieder fpiertjen met een glad cn wollig vlies gedekt! ■ " - Hunne fijne buizen trekken 't fnp uit lucht en aarde — ieder grasjen, ieder kruidjen houdt zijn foort in ftand, ftrooit alom zijne zaaden, op dat de aarde nimmer voorraad ontbreken zoude. 1-4,— Zoo tiert het moedig paard in weibegraasde ftreeken ; zoo geeft het zuivefrijk en wollig vee den mensch eene rijke rente 5 zoo juichen wij de Aartswljshèicf toe, die dat vondrijk brein ons gaf, om alle deze guhstgefchenken , door kunstbereiding, tot meerder n,üttlghedèn voor ons te maaken; — zoo mogen we den zoetften looi» van fchrandren viijt genieten 1...

IK. ó Aajdrijk! herberg , voorrnrnlfchiwr Voor vee en mensch, die op uw' zwangren bodem leevens Of in uw' omtrek zweeven, Gun dar ik op u tuur; Uw, buitenfehors vertoont een kabinet vol kunfhn, Een magazijn vol gunft.cn.

«■ [ ^^m/il.-

6 Aandachtloitkend wcndeikleed! Waar in uw bloemtjens, naast de groene lentedalen, Verfchillend , vorstlijk praaien ; De reuk, die geuren eet, Gaat bier te gast, » «t oog befchouwt, in *t fchoon ferukeerfe!, 't Aanbiddelijk formcerfel.

Tt a ' Uw

Sluiten