Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 336 )

den voorraad van nutte kundigheden bij de aankomst des barren winters naar uwe lieden vergenoegd moogt wederkeeren.

Waarlijk, 'er is veel te leeren uit het boek der natuur j de tijd kan ons alleen eenige naamen en kleuren van planten, kruiden en diertjens ontdekken; wij hebben eene eeuwigheid nodig, om dit alles te onderzoeken en 'er onzen Schepper in te verheerlijken.

Hoe meer wij nogthans hier op aarde voorderen in de kennis van God en zijne werken , zoo veel te grooter

zullen wij in den hemel wezen. Werkt dan op uwe

landhoeven voor den hemel, en de lente, zomer en herfst zullen u daar vermaaklijk en gezegend wezen.

Die lustig, rustig , wel te vreden,, Befchouwt, al wat Natuur ons geeft, V/at fchoonheid i» haar aanzijn zweeft ;

Wat godlijk Wordt, door al haar leden,

Van 't diep verwondren aangebeden; Die in een liefelijke (treek, Bij 't ruisfchen van een klaare beeft ,

Zijn landhuis fticht en akkerwooning,

Wat is dat een gezegend koning!

Te Amfterdara, bij M. de B RU IJ N, in de Warmoesitraat,

Sluiten