Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz. 180

neert om op zijnen Troon te zitten, vers 30. Het was dezelfde Man, dien zij genoomen, en aan het Kruis gehangen, en gedood hadden, vers 23. Die Man , welken God uit den dooden had opgewekt, vers. 32. En die dus verhoogd was aan Gods Rechterhand, vers. 33.

2. Het is eene waare en daadelijke verhooging van Christus naar Gods wil en welbehagen, welke in veele Schriftplaatfen wordt uitgedrukt, en geenzins alleen een verklarende ,of openbaarmakende verhooging. Het is eene bevordering tot nieuwe Trappen van Kennis, tot eenen daadelijken aanwas van vatbaarheden, tot nieuwe kragten en voorrechten , zoo wel als tot nieuwe waardigheden, welke Hij op aarde niet bezeten had. Doch de Goddelijke Natuur is eeuwig en zelfgenoegzaam, vol in zich zelve van alle wezenlijke en mogelijke kragten en Waardigheden, en niet vatbaar voor eenige vermeerdering van magt, of andere volmaaktheden. De Godheid kan op geene andere wijze verhoogd worden, dan door haare eigen oorfpronglijke volmaaktheden naar buiten te oeflenen, en die dus aan haare Schepfelen te openbaren, of bekent te maken, het moet derhalven een Schepfel zijn, gelijk de Mensch Jefus was., die deeze verhooging konde genieten.

3 Het is de Menfchelijke Natuur van Christus, die eigenlijk verhoogd is, om dat de Schriftuur uitdruklijk den Mensch Jefus benoemd als Middelaar (*), daar IIij nooit uitgewikkeld Middelaar benoemt word, als God. 1. Tim. II: 5. Daar is één God, en één

Mid-

C*) Niet met uitfluiting van zijne Godheid, gelijk ftraks duidelijker zal getoond worden.

Sluiten