Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

194 D£ Heerlijkheid yan Christus, ftls

yan Christus, tot het volkomen Karakter van zijn Middelaarfchap behoort, en dat het zijne Menfchelijke Natuur was, die door Gods groote kragt uit den dooden was opgewekt, en gezet aan Gods Regtehand in den Hemel, is het immers redelijk te Hellen, dat dezelve MenJchelijke Natuur, deeze verhooging, deeze magt en heerfchappij over alle dingen bekomen heeft, fchoon ik toeftaa, altijd aangemerkt als

VEREENIGT MET ZIJNE GODHEID. Doch

zoo wij niet itellen, dat het de Menfchelijke Natuur is, welke met deeze waardigheid, en dat Gezag begiftigd is, dan zijn wij gedrongen om deezen Text dus te verklaaren: „ Dat God ,, de Menfchelijke Natuur van den dooden ,, heeft opgewekt, en gezet heeft aan zijne ,, Regtehand, dat is, om hoog boven de wol„ ken. Maar alle dingen heeft onderworpen ,, aan zijne Goddelijke Natuur ,aangemerkt als „ Middelaar," 't welk immers niet anders dan eene verlcge en gedronge verklaaring aanwijst, indien anders de woorden eenen zin toelaten, die duidelijker en gemakkelijker is. En niemand die niet vooraf ingenoomen is, zal zulk eene gedrongen verklaaring in den zin koomen.

2. Van welke nuttigheid toch is de herhaalde verklaaring, dat aan Christus na zijne Hemelvaard, deeze magt cn heerfchappij gegeven is, indien dezelve niet gegeven is aan zijne Menfchelijke Natuur, en zoo zijne Menfchelijke Natuur dezelve niet uitoelfent? Want immers de Godlijke Natuur van Christus bezat cieeze magt en heerfchappij van te vooren; En als God regeerde Hij altijd, en zal dit blijven doen tot aan het einde der weereld, al had de Schriftuur geen enkel woord gewaagd

van

Sluiten