Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz. 195

var* de Verhooging van Christus tot deeze Heerfchappij.

En dewijl zijne Godheid vereenigt is mee de Menfcheid, zoo zou immers de Godheid de Weereld hebben blijven beftuuren als te voorcn,en dat zelfs ook geduurende de diepde verneedering van Christus, welke verandering kan 'er dan ontdaan uit deeze verklaarden verhooging van Christus na zijnen arbeid en Lijden?

3- Noch eens, welke nieuwe voordeden, welk nut, welke gift of belooning kan het voor de Menschelijke Natuur van Christus zijn, dat zijne Godlijke Natuur de Heerschappij over alles bebekomen zou? Of dat de Goddelijke Natuur, dat gezag, die heerschappij en magt zou uitoeftenen, welke zij innerlijk in zich zelve heeft, oorfpronglijk, noodzakelijk, en zonder eenige gift.

De Regeering van Christus wordt dikwijls voorgedragen, als eene Gift en Belooning, en moet derhalven op eene uitdeekende wijze aan zijné Menschheid worden toegekent, welke alleen voor eene Goddelijke Gaave en Belooning vatbaar was.

Het zelfde Befluit kan men trekken uit het gezegde van Paulus: Dat hier toe Christus geftorven is, en opgeftaan, en weder-levendig geworden, op dat Plij beiden over Dooden cn Levenden heerschen zoude (a). Zijn Dood en Opdanding behoord alleen tot zijne Menfchelijke Natuur, Hij dierf als Mensch, Hij dond op als Mensch., op dat Hij als Mensch over Dooden en Levenden heerfchen zoude; want kwalijk

(<0 xiv; 9.

N a

Sluiten