Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz, 201

de zuivere Godlijke Natuur. om deezen Tijtel aan te neeraen, en die Bediening uitteoeffenen bij wegen van Gezandfchap, en als Bewindsman van den Vader, daar dezelve, eeuwig en oorfprongelijk in zich zelve het allerhoogfte gezag bezie, zender eenige gifte of gezantfehap.

Dan mogelijk vraagt iemand, hoe kan de Mensch Jefus geven de Bekeering en Vergeeving der zonden?

Doch hierop zou ik nedrig vragen, of het niet zijne Menfchelijke Natuur was, die zijne Apostelen heeft uitgezonden, toen Mij op aarde was? En is het niet dezelfde Mensch Jefus, nu Verhoogd in den Hemel, die zijne dienstknegten onder allerlei Volken uitzend? Is het niet dezelfde Mensch , in wien de Godheid woond ? Is het niet Hij , die gegeven heeft zommigen tot Apostelen, Profeten, Evangelisten, Herders en Leeraars, om in zijnen Naam te prediken de Leer der Bekeeringe van de vergevinge der zonden? Hij, die Opgevaren is, na dat hij eerst was nedergedaald in de henedenfe deelen der Aarde ? Hij, die gaven ontvangen heeft voor de Menfchen, Ps. LXVIII: 19. En deeze gaven aan Menfchen heejt medegedeeld tot de volmaaking der heiligen , tot het werk der hedieninge, en tot ophou * wing van zijn Lighaam Qa)?

En fchoon wij redelijker wijze mogen vastzeilen , dat Jefus alleen aangemerkt als Mensch, noch nu, noch immer, in zich zeiven het vermogen bezeten heeft, om het hart der menfchen te veranderen , en verharde zondaars tot boet* vaardige te herfcheppen, en de vergeeving der

zon-

(a) Epb. IV: 8 ,ia.

N 5

Sluiten