Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ac8 De Heerlijkheid van Christus, als

konnen wij ons dan ooit verbeelden, dat &\tde Menfchelijke Natuur van Christus niet betreft, daar nochthans geene van deeze uitdrukkingen op Zijne Godheid konnen toegepast worden ? En konnen wij denken, dat de Schriftuur onze aanmoediging, om toevlugt tot Hem te neemen als onzen Foorbidder, ons in zulk eene teedere en medelijdige taal zou voordragen, als Hij alleen in V gemeen wist, dat 'er duifenden zijner verzogte Heiligen op aarde waaren, zonder nochthans eene bijzondere kennis aan hunne Perfoonen te hebben , ot te weeten , waarin hunne onderfcheide verzoekingen en tegenwoordige nooden gelegen waaren, die zijn medelijden konden opwekken, en aanfpooren om hunne bijzondere belangen aan zijnen Vader voortedraagen.

VE De Menfchelijke Natuur yan Christus vereenigt met zijne Godheid is verhoogd om de eerbevi'ijzingen te ontvangen yan Menfchen en Engelen in den Hemel en op de Aarde, uit hoofde zijner gehoorzaamheid, droefheden , en lijdingen, 't ;s een gedeelte van den Loon , welken aan Godvrugtigen beloofd is: dat zij Eer en Heerlijkheid, zoo wel als Onflerfelljkheidx en Vrede zullen beërven, Rom. ïl: 7, 10. Nu heeft onze gezegende Zaligmaker voorzeker ten minlte een recht om te deelen in de algemeene beloften aan menfchen gedaan, en dat zijne alles te boven gaande en volmaakte Godyrugt ook beloond worde met eene alles te boven gaande Eer en Heerlijkheid

Hierom, nadat de Apostel hem had befchreeven als een' Mensch , of den Zoon des Menfche, of,, als den tweeden Adam Pleb. II: 9. voegt hij 'er bij: Wij zien Hem van

wegen

Sluiten