Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*28 De Heerlijkheid van Christus, ais

zoo wel van 't geen daadlijk voorbij is, als toekomfiig.

Hoe konnen wij weeten, tot welke verwonderlijke afftanden de tegenwoordigheid, de bewustheid cn werkkragt van de Menfchelijke ziel van Christus kan uitgeftrekt zijn? Zeker is het, dat die tegenwoordigheid niet oneindig is, dan terwijl we dit veronderficllen, welke andere bepaalingen kan onze reden met zekerheid daar aanifellen. Wie zal zeggen, tot welk eene verbaazende Lengte en Hoogte, Diepte en Breedte zijne onmiddelijke bewustheid en onmiddelijke werking zich konnen uitftrekken? waar de Schriftuur paaien fielt aan de kragten van een fchepfel, laat ons daar ons onderzoek ftaaken, en ftil zijn: maar de Reden weet kwaalijk, waar op te houden, als ze onderzoekt, hoe magtig en met welk eene maat van weetenfchap de groote God een Schepfel maaken kan.

Er is zeker alle reden om te gelooven, dat de Ziel yan Christus, het allerredelijkfte, het allerwijsfie en werkzaamfle fchepfel is, dat God ooit gemaakt heeft, en die natuurlijk de grootde kragten' heeft \ en het fchijnt Godebetaamelijk, dat het zoo is, op dat zij een gevoeggelijk onderwerp waare voor de gunst van eene Perfoneele verëeniging met de Godheid, en een gefchikt middel voor den grooten God, om zijne zaaken onder de Menfchen kinderen met eerc te behandelen, en om te gelijk, als tot een' volmaakten fpiegel te ilrekken, door Welken de Goddelijke volmaaktheden in 't fchoonfte en Iterkfte licht zouden atffraalen; want zeker, 'er is geen gefchaapen Wezen, dat in zich zelve zoo nabij komt aan de volmaaktheden van Gód,

dan

Sluiten