Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«4.4 De Heerlijkheid van Christus, ali

wijl de Menfch Jefus het redelijk Middel of werktuig was van dit Bevel, zoo wordt daarom gezegt, dat ze Hem gehoorzaamden, gelijk de Apostelen zeiden: wie is doch deeze? dat ook de wind en ae zee Hem gehoorzaam zijn Mare. IV. 41.

Op dezelfde wijze was het ook gelegen, toen Hij de Duivelen uitwierp, en hun beval de Lighaamen der Bezetenen te verlaaten. Of dit gefchied zij uit fchrik en vrees, die hen overviel, wegens zijn bekend character, dan of de Almagt zijner Godheid hen uitdreef, is eerigzins twijffelagtig. Dan veronderftel het laatfte, zoo had nochthans de Mensch Jefus de eer van dit wonderwerk, als zijnde hier in het bewuste werktuig zijner Godheid Het was Jefus van A azareth, die genas alle, die van den Duivel overweldigt waren, want God was met Hem. Hand. X: 38.

Noem han> moeten wij in 't oog hou« den, dat in de dagen zijner verneedering op Aarde zijne Magt bepaald was. Want Hij Stad nog geene kennis van alie de Goddelijke raa Iflaügen, Hij wist zelfs den dag des oordeels niet, en derhalven kon Hij de Weereld niet Regeeren vóór zijne Opftanding uit den Dooden, en Opvaaring ten Hemel, wanneer de Vader alle dingen in zijne handen overgaf, Matth. XXViil: 18., en het Bock zijner Benamen Hem ter hand ftclde. Gpenb V: j. Insgelijks moeten wij opmerken, dat toen Hij Lazarus uit den Dooden opwekte, Hij den Vader bad om dit wonderwerk Joan. XI: 41. als hier in 't openbaar erkennende zijne bijzondere afhankelijkheid in elke wonderdaadige werking: lk wist, dat Gij Mij altijd hoorde,

en

Sluiten