Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 64 >'

geen enderen zin aan de belofte te geeven was „ dan de Onderget. 'er, bij bet willen afleggen, aan )5 gafi waar rtoor Hij derhalven zeer zeeker niet kan

gepecceerd hebben.

„ En dus meent de Onderget. Medeburgers ! in ,, de eerfte plaats duidelijk het onftrafbaare zijner

intentie te hebben beweezen , en zich billijk te „ moogen beklaagen over de omisfie , zo niet in de „ Notulen van den Raad , ten minften in het toe-

gezonden Extract, waar uit de Onderget; deeze „ intentie zou kunnen bewijzen , indien het, na „ deeze Memorie, nog mogt noodig blijven het aan-

geteekende Protest verder te achrervolgtn.

De Onderget. fpoedt zich dus tot het ade ftuk, „ behelzende de verkeerde opvatting zijner monde„ linge gezegdens.

,, 11. En hier moet Hij wederom vooraf plegtig „ verklaaren , dat hij hier mede geene de minfte in„ teniie heeft, om deeze verkeerde opvatting en „ opgaave zijner gezegdens te wiljen attribueeren aan „ eenigen dolus malus of moedwillig opzet, het zij „ van den Raad , het zij van den Secretaris, ter zij„ ner bezwaarenis. Hier voor bezielt den Onderget, „ geene de minfte vreeze, en deeze vrijmoedige Me., morie ftrekt veel eer ten bewijze , hoe zeer hij ,, zich nog van de flipte sequiteit en goedwilligheid „ van den gantfehen Raad der Gemeente verzeekerd „ houdt. Maar, ongelukkig is dit doorgaans het ge„ val van een onverwagt discours, waar iemand zon„ der tijd van bedenken op vooraf beaagte vraagen „ moet antwoorden , en zulk een pour parler ver„ volgenda geftileerd en genotuleerd wordt, zonder „ dat 'er geleegenheid is om den geenen , wiens ant,, woorden men opfchrijft, bij nadere voorleezing te

vraagen of men zijne meening wel gevat , en zijne „ expresfien zoo genoteerd beeft , dat hij dezelve let„ terlijk voor de zijne erkent. En juist dit zal ook „ hier, bij eene zeer verfchoonbaare vergisfing, het ge„ val zijn , daar de Onderget. een antwoord in den „ mond gelegd wordt, het geen hij niet weet gegeeven „ te hebben, het geen hij, blijkens her boven gemen,, tioneerde in het eerfte punt niet beeft kunnen geeven,

het geen lijnrecht ftrijdt met zijne intentie en pro-

Sluiten