Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< Z6 y

#, dige tijd U verfchafc, en hoe billijk gij verlangen „ moogd , dat om geene andere, dan zeer gewigtige „ redenen , een eenig Burger die beezigheden vermeerdert, en die oogenblikken U ontrooft, zult „ gij het echter aan den Onderget. niet ten kwaade „ duiden kunnen, dat hij, zoo kort hem doenlijk is, „ gebruik maakt van dat geene , het welk de Provift „ Repref. van het Volk van Holland , bij hunne „ Public, van 31 Jan. 1795. verklaard hebben het „ onvervreemdbaar recht van eiken Burger te zijn, „ te weeten , ,, dat nooit de geringde bepaaling kan „ ,, gemaakt worden aan het recht van ieder Bur„ „ ger, om zijne belangen in te brengen bij „ „ hun , welke de publijke magt is toevertrouwd." „ Welk recht, bij tJwlieder eigene Publicatie van „ 18 Maart 1796, aan elk Burger van Holland is „ bevedigd.

„ De zaak, Medeburgers! is in.de daad geivigtig „ genoeg: zij raakt het bedaan en den welvaart van „ den Onderget. en eene talrijke Familie van Kins, deren ; zij raakt het genoegen , de dichting, en

de rust van eene der talrijkde Gemeentens van „ geheel Nederland ; en (dat alles zegt) zij raakt ,, goede ongekreukte Juditie , sequiteit en onpartij„ digheid , welke vereischt, dat aan niemand, tegen 3, zijnen wil , intentie en protedatien, ivoorden en „ oogmerken , worden te last gelegd , van welke ,, hij zich openlijk vrij verklaart, en die echter ten „grondslage gelegd worden, waarop zoo iemand, 3, onverhoord , gedraft wordt op eene voor hem en „ zijne Familie zeer facheufe wijze , bij applicatie „ der poenale famcrie eener wet -. of Decreet, in „ welks termen hij geheel niet valt, zijnde zijn ge-

val zoodaanig, dat de Wetgeever, bij het neemen ., van zulk een Decreet, daar aan voldrekt niet heefc

kunnen denken , en nog veel minder het zelve in

de letter der Publicarien of aanfehrijvingen heefc „ kunnen exprimeeren. En dit echter vermeent de „ Onderget. het Gas re zijn, waar in hij thands ver„ feert , en waar over hij zich in de onvermijdelijke „ noodzaakelijkheid vindt Uwlieder Vergadering te „ aditvren. En bij wie toch anders kan de Onderger, 1, zjine doleantie in brengen dan bij U Lieden , aan

» welka

Sluiten