Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'< 125 >

•3. Ja, — mijne Broeders! — de oogmerken, waar toe ik mij bij U Eerw. adresfeere , behel.-ert zoo wl een eiscb , als een verlangen , welke beide ik, niet min ernfiig als beficbelden , de vrijheid neem aan U Eerw. voor te ftelien. — «. De eiscb is de volgende: — Schoon ik vooraf verklaard heb nier refractair te willen of te zullen handelen tegen te Politieke Interdictie , of daadelijk eenige deelen van mijn openbaar Euangelie-werk, geduurende dezelve, re willen vervullen , nemaar in tegendeel mij aan dezelve pasfioe te onderwerpen ; — zoo is echter mijne Evangeliebediening, gelijk ik in den aanvang deezer Deductie betoogd heb , in baar aart, en ah zoodaanig { qud talis) geen burgerlijk beneficie, en ftaat 'Jus, in zoo verre , niet ter fchenking , ter afneeming , of ten bedwange der Politieke Overheid. Mijne roeping is ■wettig van de Gemeente , en mitsdien middel ijk (en zonder dweependen onzin verftaan} van God zeiven: het radicale dus van mijnen post als Leeraar is in de Gemeente: door haare roeping en door wettige iuzeegening , ben ik, van Gods wege Leeraar, dienaar van christus, en uitdeeler der verborgenheden Gods; — zoo ligr, naar Gods woord, de leer der Gereformeerde Kerk, waar van Gijlieden de Leeraars, de Bewaarers en de Voorftanders zijt, en, naar welke Leer , wij, ook onder de tegenwoordige Conftitutie, volgends de Publicatie van 31 Jan. 179^, god vrijelijk moogen dienen. — Ik ben, en blijf dus , in den Kerkelijken zin (de Politieke betrekkingen ftaan niet ter judicature van deeze Vergadering ) en moet mij zei ven blijven befchouwen, als Kerkelijk wel en wettig Leeraar der Nederd. Geref. Gemeente te Rotterdam, en Lid deezer groote Vergadering , hoewel verhinderd in de daadelljke waarneeming deezer functien door eene Politieke Interdictie. En , dewijl deeze Interdictie alleen gegrond is op een different van Staatkundige begrippen óver de zvijze der aflegging eener Burgerlijke Belofte in bepaalde termen. en geenzints op eenige Crimineele vergrijpingen , of feditieufe gedragingen , waar over ik, bij gewoonen forrn van Procedeeren , zoude zijn overtuigd of gevonnisd bij mijnen competenten Richter t

Sluiten