Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*C 150 >

j, bijna geheel heeft bedeed en aangelegd , om zich " t0t,n. , Te-k be„kwaam te maaken , en daar door „ volftrekt buiten ftaat is eenig ander werk tot zijn „ onderhoud te beginnen ; die ondermanen van „ Vrouw en Kinderen voorzien is , of ten minften " J". dac lechtmang vertrouwen heeft geleefd, dat „ hij, zich niet misgaande , ■ een maatig onderhoud " 1 «„JeeZej b?dlePing. z'ji leven lang , genieten „ zoude , doch die, na dit alles , zonder dat hem „ eenige reden of gelegenheid ter verantwoording „ gegeeven worde , eenvoudig wordt afgedankt en „ aizoo met de zijnen totaal geruïneerd." Het is wei zoo, dat hier gefprooken wordt van eene Remotie zonder redengeeving , en dat een in.ee/eeverd Declaratoir de reden van de mijne is, maar , indien ik, door genoegzaame Rlucidatien , getoond heb , dat daar in geene reeden is tot eene blijvende Remotie, en indien alle verdeediging vruchteloos blijft, is dit oan niet, in het weezen der zaak, het zelfde ? — in het vervolg fpreekende over het nadeel voor de Gemeentens, zegt het Committé : ,, van welke „ begrippen zullen dan iteeds de Bedienaars van den „ Godsdlenst niet overal afhangen ? welke zekerheid „ zullen deeze dan ooit hebben van hun ftaat be„ diening en onderhoud ? van wie is het langer te „ wachten dat zij zich aan zulk eene onzekerheid „ zullen willen waagen ? - en, zullen daar door de " G^.meenten , welke op Godsdienstoefening

„ gefte d zijn , en bij de gelegenheid daar toe , ont „ de allergewigtigfte redenen , behooren bewaard re „ blijven , zich niet allengs buiten de mogelijkheid gefield zien, zich van Leeraars te voorzien?" —

A,rl0n \ÜOt V°egen Zij 'er b[i: " En om in „ dit opzicht, rer conclufie te koomen , zo fchijnt

„ men te moeten befluiten, dat geene Municipaliteir,

„ qua talis het recht heeft, om een Bedienaar van

„ den Godsdienst, in welke Godsdienflige Maat-

„ lchappr, het ook wezen moge, willekeurig van

„ zijne bediening te ontzetten ofte removeeren, en

,, nog minder, om hem de plaats zijner woning te

„ naamd recht, aan den alierminften haarer Mede» burgeren doen mag, zonder voorafgaand

« rechts-

Sluiten