Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K 16S >

maakers doen kunnen: zoo bedaard verdraagt men hec ïiiet, tils men in diergelijke gefchriften eerst iemands denkwijze opgeeft als eene dwaaling ('—• nu die was moogelijk —j maar dan , door zijdeiingfebe inboezem in gen , hem in verdenking brengt van fchandelijke, doch eeuwig onhewijsbaare, bijoogmerken, en hem, die reeCs ongelukkig is, nog daar bij verachtelijk zoekt te maaken, terwijl men dat alles Hing doormengt men de termen van deelneeming en medelijden, en meer of min vleiende complimenten aan hoedaanigheden en talenten: zoo ligt flap ik 'er niet over heenen, wanneer niet alleen de driftige Partijdigheid, de altoosklappende Praatzucht, cn de onkundige Laatdunkenheid ; maar wanneer de wel beter weetende en geveinsde Schijnvriendfehap, bij alle geleegenheden, en in alle gezelfchappen, den zelfden rol fpeelf, de Gemeente vervuld met argwaan en verdenkingen , de reeds genoeg verhitte Factie-zucht ftijft in haateiijkheden, en de een■vouwige Braafheid flaauwhartig maakt in mijne verdeediging.

Eerwaardige Vergadering! — het bevreemt U niet, dat zoo iets gebeurt; daar toe gaf Uw Paftoraal werk U te veel kennis aan de diepten des Satans en den kronkeligen doolhof der menlchelijke harten : maar, terwijl Gij zulke bedrijven verfoeit, billijkt Gij reeds mijn opzet, en ftemt in mijn ontwerp, om, door het openlijk doen leezen deezer Memorie , de verfpreide vooroordeelen uit te rooien , en de goede Gemeente te overtuigen , dat men haar vertrouwen heefc misbruikt,

a.J Ginds vertelt 'er een, die een anderen met zijn eigen voetmaat meet, dat alles gefchied zij uit hoogmoed en uit hoofdigheid. Men léeze de geheele Deductie , en men zal rasch het onderfcheid zien tuilchen bedaard raifonnement, broederlijke vcorftellen en overbluflenden hoogmoed, tusfehen eene eerlijke beredeneerde getrouwheid aan eene fpreekende confcientie, en eene domme hoofdigheid. In de daad , het zou al eene zeldzaame hoogmoed zijn , die de fchande boven de eer, den fmaad boven de toejuiching , de veroordeeling boven de goedkeuring, en het gebrek boven den overvloed verJcoos : het zou eene hoofdigheid van de bijzonderfte L 3 foorc

Sluiten