Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< i67 y

vorm beeft verklaard , dat het vervatte in Art. t. „ 4. 17 en 19 der Public, van 31 Jan. 1795 mijn ' onvervreemdbaar recht is ; dat ik dus ook, met „ deeze belofte van onderwerping aan dien Regee„ ringsvorm , die Hechten niet vervreemde , en de „ belofte doe, in dien zin, dat ik mij niet verbinde „ tot iets, dat ftrijdig is met die Articulen." - kn rot nog toe zie ik hier niets onreedelijks in. .Mtor war nu voorts die Articulen zelve betreft, ot zij Philof freh waar of onwaar zijn , of zij Staatkundig op onze Maatfchappij pasten of niet, en alle diergelijke vraagen, daar omtrend belijde ik niets in mijn Declatöir, ik weiger de belofte zoo uit te leggen, alsoftk daar omtrend iets beleed , en ik behoef het niet te doen. om dat het Beftuur zelve verklaart geene Confesjii fidei van mij te vergen. — Zo nu iemand deeze twee oingen niet kan onderfcheiden, die is zeer zeker nier bevoogd een enkel woord over de geheele zaak te fpreeken.

c.) De lafter blijft nooit zich zelven gelijk, en de leugenaars met een goed geheugen zijn zelazaamer, dan men denkt; verwondert U dan niet, Broeders ! dat een derde het Politiek bewind tegen mij zoekt op te zetten , door eene juist tegenftrijdige htfchulding, te weeten, dat alles alleen ontftaat uit eene overdreevene en oproerige aangekleefdbeid aan de voorige Conftitutie. Maar , waar toch ergens in eenig Declaratoir , gegeeven antwoord , of ingeleeverd ftuk, heb ik zulks doen blijken? — Beweer ik niet overal, dat ik nöeft over voorige, noch toekoomende , noch eemgerlet Conftitutie dér vveereld , eene Politieke belijdenis van mijn particulier gevoelen behoefte doen, noch verkies te doen ? Zijn alle de gronden , door mij, ter verdeediging van mijn Declaratoir, bijgebragt, niet vandien aart, dat zij voor een Aankleever der tegenwoordige Conftitutie eeven zoo ftetk klemmen , als van de voorige ? en is 'er één eenige ontleend van particuliere denkwijze over den beften Regeeringsvorm ? Immers neen : Waar toe dan dit voorwendzei ? dan , om, onder fchijn van voor de Conftitutie te ijveren, anderen, die mij niet kennen, aan te fpooren om onbillijk te zijn. — „ Maar ik heb , onder L 4 « de*

Sluiten