Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r< 170 y

Corinthiers deedt, Ep. a. C. 10. v. 15, dat hij naamenrlijk overvloediger beminnende , weiniger bemind viierdt; — ik weet ook , dat een goed Herder zijn leeven zelfs voor de Schaapen ftelt, en dit durf ik vrijmoediglijk zeggen : geldt het ooit het belang van de Gemeente, dan heb ik 'er alles, wat ik heb» voor overig, op één ding na , en dat is mijne confcientie ; als die zou moeten verkracht worden , dan beveele ik het belang der Kudde in de handen van dien Heiland , die alle magt heeft in hemel cn opaarde , en beloofd heefc bij zijne Dienaars en Kerk te zullen blijven tot de voleinding der weereld. Of moest ik zoo geeftelijk hoogmoedig zijn , dat ik zou meenen , dat aan mij, armen zondaar, het belang der Kerke hing ? dat God , die lang voor mijnen tijd voor dezelve gezorgd heeft, en na mijnen tijd voor dezelve zorgen zal , ook niet voor dezelven , in mijnen leeftijd, zonder mij, zou kunnen en willen zorgen? en dat jesus christus mijne onoprechtheid en het handelen tegen licht en geweeten noodig hadt , om voor mijne Gemeente te waaken ? — Neen , mijne Broeders ! dat Geweeten zeide mij ï „ doe gij uwen pligt, en laat al het overige ver,, trouwend over aan eeuwige wijsheid, goedheid en „ almagt." En, in deeze denkwijze bemoedigde mij, weinige dagen na mijne Interdictie, de Broederlijke Brief van een zeer godvruchtig Leeraar en lotgenoot, en wiens neederige ootmoedigheid alom erkend is: „ Ik weet (dus fchreef die waardige Man) nu reeds „ door eene fmertelijke ondervinding van ruim .... „ weeken , wat hec in heefc voor een naarftig en „arbeidzaam Dienaar van den Heere jesus, ver„ wijderd te leeven van den beminnelijkften post, „ waar op men begeeren kan geplaatst te zijn, maar „ ik heb veele vertroofting gevonden bij eene lief„ draagende Gemeente , —- en, dat nog grooter is, „ daar ik eenvoudig de {tem van mijn geweten ge„ volgd ben , veroordeelt mij mijn hart in deezen „ niet, en de Hoorder der Gebeden verwijdert mij „ niet van zijnen Throon. — Eene zaak neem ik de vrijheid , uit mijne eigen ervaaring U aan te be„ veelen, — laat het toch in dit geval, zoo wel als

„ in

Sluiten