Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

De ftrictfte onpartijdigheid meen ik overal te hebben in acht genoomen. Niets beleedigends zal men ergens vinden, zelfs in mijne verdeediging tegen Vijanden zal niemand billijk te klaagen hebben over onbefcheidenhcid, terwijl ik onnoodig reekene te antwoorden aan een zoort van menfchen, met welker berifpingen men mij nu en dan vermoeid heeft, en die van oordeel waren, dat ik de Eer van ecnige anderen, (Van welker vriendelijkheid ik mij zeekcr niets te bedanken heb) had moeten ophouden, ten koften van de mijne en het belang mijner zaak.

Ik heb 'er niets meerder bij te voegen , dan dat ik, zonder mij te bekreunen aan lafteringen van de geenen, die mij of niet kennen, of moedwillig miskennen, beftendig blijve, gelijk ik mij in dit geheele Stuk getoond heb ; dat is ; vrij in mijne gevoelens en confeientie; in mijn gedrag flipt gehoorzaam aan de Wetten en onichadelijk voor de Maatfchappij ; erkentelijk voor mijne Vrienden'en Weldoeners; vergeefgraag voor mijtie Vijanden; een liefhebber van mijn Vaderland, van den Godsdienst, van Orde en van Eèndragt; vertrouwende op God en te vreden met Zijnen altoos wijzen en heiligen wil.

Aan dien God , die leevende en dooden zal oordeelen in de toekoomst van jesus Christus, en die zich nog aan ons allen in het Euangelie openbaart als een God van genade en zaligheid, beveele ik alle mijne Leezeren en mij zeiven, en blijf beftendig fmeeken om den bloei en welvaart van mijn gantfche Volk.

rotterdam, SCHAR P.

den i^T Mey, 1798.

p. r O-

Sluiten