Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 151 >

vriesland, toebehoorende aan den , aldaar op Fr saburg zijn verMijf houdenden , Gvaave ad. vor» wiid8l, Koninglijk Pruifiscb Kamerheer , . Hofrichter, &c. &c, waar de Leeraars-post, door ten verfchil over hec roepen van eenen Hoog- of Nederduitfcner. Predikant, een gernittietl tijd vacant gebleeven was. — Ik wist niet éénen éénigen bekenden, noch daar , noch in den omtrek in geheel Oostvriesland , te hebben , toen ik onverwagts eenen Brief ontving van den Kerkvoogd d. iieinrichs, in dato 24 Januaiij 1798, met kennis-geeving, dat ik aldaar op de Nominatie geplaatst was, en met verzoek om aldaar , den i8den Februarij, op de Nominatie te koomen prediken. — Ik was lange na niet los genoeg van mijne geliefde Gemeente, welke mij zoo veele proeven van"aangekleefdheid gaf, om aanftonds van zulk eene uimoodiging gebruik te maaken , en bedankte dus, om redenen , die mij voldoende waren, op eene beleefde wijze, voor dezelve, bij eene Misfive van den oden Februarij , gelijk den Leezer reeds bekend is uit het Rapport der Kerkelijke Commisfie aan den Grooten Kerkenraad, boven pag. 116 te vinden. — Uic hoofde bier van, te meer daar verfcheidene braave Mannen werkelijk cp de Nominatie predikten , kon ik van dien kant niets nadeis wagten, toen een Brief van den Eerw. snethlage. Predikant in de nabuurfchap te Leer , aan mijnen waardigen Collega hofstede gsfehreeven , de algemeene begeerte naar mijnen perfoon en de waarfchijnlijkheid mijner beroeping aldaar beveiligde; en, in de daad, met verwondering en eene heevige mengeling van hartstochten , ontfing ik eenen ailervnendelijkften Brief van den gemelden Graave vos wed el, gefchreeven den aoften Februarij, met de ongedachte tijding , dat ik door de Hemmende Gemeente ,- met volkoomen éénpaarigbeid van /temmen tot hunnen Leeraar was beroepen-* en dat zijn Hooggeb. , in qualiteit als Patror.us Ecclefia , mij deeze beroeping, mee allen aandrang om dezelve aan te neemen, opdroeg. .

Van dien dag af ben ik, meer dan ooit, gefitngerd, meer dan ooit onzeeker geweest ; de gewoone ieevendigheid van mijnen geest, de rust van mijn gemoeji K 4 leedc

Sluiten