Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< *u >

„ met . haare Leeraars, en Beftuurders,. boven veele „ andere , den algêffleérièri roem gehad in de Kerke „ Gods, van uitmuntende te zijn in 'geoeffende ken„ nis der waarheid , ijverigen voorltand der recht„ /.innigheid en blinkende beoeffening van godsdien-. „ ftigheid en godvrucht; en zij heeft ook, in het „ d<ep bederf onzer geeftelcoze tijden , deezen bil„ lijken roem in oe genade Gods niet geheel verlooren. Maar , zo 'er nog iets aan haaren roem ,, ontbrak, dan was het misfchien een boven andere uirfterkend , en aan allen voorbeeldig-, bewijs te „ geeven van recht broederlijke liefde en ftandvaftige „ getrouwheid aan de belangens en eer van eene'n ,, Medebroeder, wien het lot der tijden en de woeling der partijdigheid onderdrukte en van eene „ onvermoeide werkzaamheid in zulk een geval, „ welke , noch door heimelijken , noch openlijken ,, tégenftahd , noch. door mislukkingen moedeloos „ gemaakt, of in eene koude, onverfchillige en „ wanh'óopige werkeloosheid heeft kunnen veranderd „ worden.

., Voor U Lieden , — mijne Broeders! — was „ door den God der liefde en des vredes de eer be„ waard , om de grondleggers te zijn van deezen „ rtförtl voor den Rötterdamfchen Kerkenraad en voor „ U zelven , met eene éénpaarigheid zonder voor„ beeld, met eene naarlligheid zonder verflaauwing, „ en met eene ftandvaftigheid ,. die door den tegen„ fpoedigen uitflag telkens fcheen verfterkt en ver-

ftaald te worden. .,. Onbedrieglijk in de verwagting , die ik van U „ Lieden had ongevat, — en die ik niet. anders kon „ opvatten,, om dat ik Uwe harten zoo wel meende „.te kennen, — heeft deeze Eerw. Vergadering, „ niet alleen alles gedaan , wat ik , zoo .ten aanzien „ van mijn wettig ■ Kerkelijk recht, als ter medewer-

kvig tot mijne politieke herfteliing, van dezelve „ verzogt heb , bij mijne Deductie, den.18 Januarij ,, 1797 ingeleeverd ; maar zij heeft zelfs mijne ver-

wagting meenigmaalen verre overtroffen.

„ Na eene plegrige , éénpaarige , en door uwe „ daaden achtervolgde , erkentenis mijner wettigheid „ als Leeraar deezer Gemeente, in weerwil' der

„ po-

Sluiten