Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10 OVER HET MAGNETISMUS.

fche vloeibaare zelfstandigheid van den eenen in den anderen over, en zet zig bij beiden in evenwigt. (*)

Deeze magnetifche zelfftandigheid, dringt niet door de zweetgaten ; want , vermits dezelve hoofdftoflijk is, behoeft zij dergelijke openingen niet. Een bekwaam Magnetifeerder kan gemaklijk ontdekken, of de Lijder de magnetifche zelfftandigheid aanneemt; want in dat geval geraakt zijn eigen magnetifche zelfftandigheid in een fneller beweeging; hij ontwaart eene levendiger aandoening in zijne vingers; het is hem, als werd er, om zo te fpreeken, iets in de lengte van hem uitgetrokken, of als ging er een kragt van hem uit.

De Magnetifeerder kan zijn magnetifche kragt ook met kruiden, wateren, enz. verfterken, en er, alvoorens men msgnetifeerd, de handen mede wrijven. Bij zulke perzoonen, die goede, maar door de eene of andere ziekte verzwakte zenuwen hebben, of bij de zulken v/ier ledenmaaten zwak zijn, doet eene zeer goede werking: men kan daarenboven zig bedienen van een fpiritus van fterkruikende kruiden. In gevallen van verhar¬

en Men verliest eigenlijk niets van zijne magnetifche vloeibaare zelfftandigheid; want zodra men het medcdeeld, trekt men uit do lugt weder ander aan zig. Wanneer men te veel en te lang magne, tifeerd, dan worden onze ledenmaaten vermoeid; maar daarom heeft er geene afheeming of vermindering van onze magnetifche selfftandigheid plaats.

Sluiten