Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *9 )

LIEDJE

Uit het Tooneelfpel DE KORTE DWALING,

Michiel trof eens zyn lieve Truitje

In 't riichtfte van een Starbosch aan. Ik vindje in 't einde alleen, myn guitje,

En zie myn waardfte wensch voldaan: Nu moetje my een zoentje geeven,

Zo fpreekt hy : of ik neem 't van jou , Je miogt my hier in niet weêrttreeveii :

Ik eisch 't als 't loon van myne trouw.

Ik zal geen zoentje van my weeren f

Ik ben zo onbeleefd niet; neen: 'k Voldoe zeer gaarne aan jouw begeeren;

Toé, fpreektze: toe?daarhebjc'ereeni 't Gebruik heeft my dit voorgefchrevèn.

't Gebruik) zegt hy; wat dat belangt^ ,'t Gebruik doe jou vry zoentjes geeven ;

Maar't is de liefde die ze ontfangt.

'k Moet je in myne armen welkom heeten;

Vervolgt hy tot zyn zoete meid: Jloe ! is myn zoen zo ras vergeeten ?

Geeft zy hem hier op tot befcheid. Neen,zeg: hy ;neen, dat zou niet deugen :

Uwmondje maakt my graag , niet traag. *k Bewys je duidlyk myn geheugen,

Als ik je een tweede zoentje vraag.

ARM

Sluiten